Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emdensis Orientalem ; ubi in obsidione arcis, que den Oert ') vulgo dicitur, illustrissimus princeps Henricus dux de Bruynswiick senior, pila eraneum trajectus ex bombarda occubuit vigilia Joannis Baptistae "). Militabant enim cum Georgio Saxonum duce duo Ilenrici 3), pater scilicet et filius, Ericus quoque de Bruynswiick et Philippus de Grobbenhagben *) duces, omnes preter Henricum seniorem in monasterio nostro multis mensibus conversantes, quibus omnibus, precipue tarnen ipsi Georgio principi, acceptissimus fuit semper Elbertus noster, apud eos in multis sepe causis personarum et rerum Frisie oppidique Groningensis non utilis modo, sed et necessarius intercessor. Eodem anno ipsa die Sancti Dominici confessoris, que est quinta Augusti, expugnaverunt duces predicti oppidum Dam armata manu, occisis ibidem mille trecentis viris, quorum major para in templo parocbiali, ad quod confugerant, cesa est, ut ad

begon het met George te onderhandelen: maar de hooge eischen van dezen maakten overeenstemming onmogelijk. Ten einde raad riep uu Groningen de hulp van Karei van Gelder in, vvien ook Edzard bereid was zijn rechten af te staan. In 1514 nog huldigde de stad dan ook Kareis veldheer Van Ooy. Nu was het einde der Saksische heerschappij spoedig daar. Onder leiding van Jancko Douwama verschenen de Geldersche benden in Friesland, waar George's gezag met den dag slonk. Een gevolg daarvan was ook het opbreken van het beleg van Groningen. George verliet in 1514 Friesland voor goed, en stond het volgende jaar zijn rechten af aan Karei V. (Vgl. Benninge passim.)

1) De burcht van het machtige geslacht Ewsum bij Middelstum.

2) '23 Juni 1514.

3) Vgl. hierover het hoofdstuk bij Benninge, getiteld: „Van dat Hartogh Hindrick van Brunswijck den Oort belede. Ende daervoor doot bleelf, en woese weder afgetoogen ende quamen by den Vursten van Sassen toe Adewart." (Brouerius, Analecta, blz. 235 vlg.) Ook in dezen tijd was Aduard nog het Saksische hoofdkwartier, zooals ook trouwens uit de kroniek blijkt. De jongere HSS. hebben hier dux Henricus, waarschijnlijk het gevolg van een leesfout.

4) Vgl. de kroniek van Benninge (Brouerius, Analecta, blz. 213).

Sluiten