Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

officio, quod cei'tissimum crat virtutia veraeque nobilitatis indicium, non potuere non esse famatissimi. Est vero magnum in primis pietatis ac religionis argumentum, quod valedicto omni voluptatum genere, quibus per fortunam affluere licuisset, solitariam hanc vivendi rationem elegerit, malueritque omnem in Christianae philosophiae exercitatione aetatem consumere quam mundi sequi praestigias. Hunc autem in religionem praecipuum amorem adeo factis expressit, ut, qucmadmodum ab ejus aequalibus accepimus, cum morbus aliquando aubito proficiscentem corripuisset,

jaarrente van 3 Arnhemer guldens uit een huis en hof in de Heerestraat op (Reg. Gron. Arch. 1509 no. 8). In 1533 komt hij nogmaals voor (t. a. p. 1533 no. 5). Hij is dezelfde als Arend Wigger Helt, die met een ander in 1519 nogmaals een jaarrente

gUlde"S Uit ee" huis in de "eerestraat aan de St. Walburgskerk opdraagt (t. a. p. 1519 no. 5). Gheert Helt bezat in 1>0/ een huis in de Ebbingestraat (t. a. p. 1507 no 16) Over den koopman Claes Helt, die in 1549 te Gent voor schulden der stad Groningen in gijzeling zat, vgl. Rutgers in den Gron. Volksalmanak voor 1892, blz. 131 vlg. In 1565 verkreeg hij van de Hoofdmannenkamer mandaten ter invordering van achterstallige huur (Reg. Gron. Arch. 1565 no. 23). Nog in 1571 had hij een vordering tegen Claas van Bouman (t. a. p. 1571 „0 13) In 1595 sluit een Claes Helt (dezelfde of een ander) een overeenkomst met vele anderen over land bij Garsthuizen (t. a. p. 1595 no. 75). Hendrik Helt was in 1563, 1564 en 1565 pastoor der Akerk (t. a. p. 1563 no 31, 1564 no. 101, 1565 no. 3 en 94) Herinneren wij ten slotte nog aan den beroemden Uvo Helt die als student Leuven mede tegen Maarten van Rossum verdedigde en zijn dapperheid met zijn dood betaalde (vgl. Gron. Bijdragen V, 37 vlg.) Uit alles blijkt, dat wij met gezeten burgers te doen hebben, al moet worden erkend, dat de Aduarder kroniek het geslacht van den abt wat in de hoogte steekt. — Een naam- en tijdgenoot van onzen abt was Lambertus Helt, die tusschen 1531 en 1 >35 „in scenobio (sic) Werphum" een handschrift met Friesche wetten schreef (vgl. mijn Catalogus cod. mss. un. Gron. bibl. no. 2o4). Ook het origineel van HS. P.E. 35 (aldaar blz2,i) 1S door hem geschreven. Hij eindigde deze HSS. met het voor een monnik wel wat scabreuse rijmpje: „Datur pro penna scriptori pulcra puella. v

Sluiten