Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allart Gaickinga gehoeten; soo was deso Ilindrick Gaickinga soo stolt cn onversaegedo coene man als tusschen der Eemse en Lauwersche eene woonde en daerbij vrisch en wael van persoon, gestalt; en' wort ontseen (ende) bevruclitet van gcestelick en war lyck, de eni ionich onrecht en ongelijck voorleede • en mocht oock van de huisluiden en buiren geen' ongelijck en onrecht lijden, en coude soo wael verlijcken en toe vrede stellen; want elck ontsach em om sijn manheyt willen, soodat in mensche gedachte sijns gelijck in Langewoldt en Ilommersee ') met is geweest; cn was dat hoovet van alle sijn geslachte, de doe lcveden; sijn vader Allcrt Gaickinga was gebooren van Gaickingahuys, sijn moeder Vrouke was Claws Caters dochter, en he hadde ecne huisvrouwe, geheeten Grietje, Geert Wicheringe dochter uit Gronningen; en olden Johan Tema was Grieten oldevadcr, soodat he was van grooten vrunden en geslachten binnen en buiten Gronningen *-). Als he nu niet gebeeden was als sijn vader voorgcnoempt, soo tooch he en Johan de jongste broeder daerhen toe Cloester ongebeeden, en aten en droncken mede in 't re venter mit dat Convent en ander graften als dat gewoontlyck was; nae der macltijt gengen die drie gebroederen op die Abdie omme daer vroolyck toe maecken, als em dat toebehoorde; soo worden se daer niet getoevet en geleft, als em dat toebehoorde; soo wort Hindrick voorgenoemt quaet en genck nae de poorte omme toe huis toe vaeren' ende Fredrick, sijn broeder, volgede em; dat was een sachtsinnich, braefF, goet man en geen vechter; en

1) Humsterland.

2) Hieruit kan reeds do verwantschap met eenige der in het chaiter van 29 October 1520 genoemde vrienden van Hendrik Gaickinga worden afgeleid.

3) Gasten?

Sluiten