Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 Embder gulden en 12 Groninger stuver

te geven; lecht mede woeste, ergo hier - nihil.

Dat tichelwerk, daer Jan Engelberts op woont, groot 84 graezen met thien graesen; dese landen leggen meest onder twater, ende heeft desen rentmeester daervan niet meer koenen ontfangen als veertich Carolus-gulden tien stuvers,

hier dzelve - 40-10-0

Landen toe Suythorn ende Noorthorn.

Johan Geertz bruyct achtendartich grasen hochlant ende vier graesen leechlant, tgras vant hoochlant een daler, comt in Carolus-gulden, munte deser rekeninge - 57- 0-0

Tymen Jansz. is van sijn gebruyck bij Jan Fransz. dorch wissel') afgetogen 6 grazen lantz, dwelcke up de landen van Abel Florisz. te Garnewert zijn geaddeert, vermogens die versegelinge an eenige heren getoont, blyvende in reste 401/g graezen ende noch 201/2 grasen,

tgras van deselve 40Vs grazen een Embder gl., gerekent in munte deser - 45- 2-6V2

Jan Tymens, nu Jan Eppes ofte Walc Popkens, heeft vierentwintieh grazen lantz in de gae ende noch veertich graezen,

tgras van de 40 graesen een Embder gulden gerekent, facit in munte deser

rekeninge - 45- 0-0

Walle Popkensz., daernae Pieter Claesz., heft na de abtzlegger 2) 38

1) Verwisseling.

2) Hieruit blijkt, dat destijds nog de legger der landen van het klooster, die daar vroeger onder den abt zelf berustte, bestond.

Sluiten