Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

administratie, de commissie van beoordeeling of den raad van beroep overlegde om bij de taxatie der goederen te worden gebruikt.

Daaruit zijn enkele malen strafvervolgingen opgezet wegens valsch beid in geschrifte en wel — dat heeft deze zaken tot causes célèbres gemaakt — met verschillenden uitslag.

In Januari 1900 verklaarde de rechtbank te Rotterdam een koopman aldaar aan dergelijke valschheid schuldig en veroordeelde zij hem tot een gevangenisstraf van 7 dagen; in hooger beroep werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage de schuldverklaring gehandhaafd, maar, omdat beklaagde geldelijk voordeel niet beoogd en niet genoten had, werd de gevangenisstraf verminderd tot één dag. Cassatie is van dit arrest waarschijnlijk niet aangeteekend.

In Juni 1900 verklaarde de rechtbank te Amsterdam twee kooplieden aldaar schuldig aan valschheid in geschrifte met veroordeeling tot een gevangenisstraf van zes maanden; dit vonnis werd door het gerechtshof aldaar bevestigd ; het beroep in cassatie daarentegen werd door den Hoogen Raad verworpen; de cassatiemiddelen, welke alle juistheid der aangenomen mogelijkheid van nadeel betwisten, werden ongegrond geacht.

In Maart 1900 verklaarde de rechtbank te Arnhem een expediteur aldaar schuldig aan valschheid in geschrifte, met veroordeeling tot een gevangenisstraf van drie maanden ; door het gerechtshof te Arnhem werd die uitspraak bevestigd; maar de Ilooge Raad casseerde het bevestigde vonnis op een gebrek in den vorm en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Dat Hof nu gaf een in alle opzichten afwijkende beslissing: het verklaarde uitdrukkelijk, dat valschheid in facturen niet was valschheid in geschrifte in den zin der wet, omdat facturen, althans wat betreft de vermelding van do waarde, niet zijn «geschriften bestemd om tot bewijs van eenig

Sluiten