Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POSTPAKKETTEN, die na te zijn uitgevoerd, binnen twee jaren uit het buitenland terugkomen, zonder uit handen der douane of posterijen geweest te zijn, en welker identiteit bewezen kan worden, kunnen met machtiging van den Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen ter losplaats vrij worden toegelaten.

De betr. ambtenaar der posterijen zal daartoe bij den Inspecteur eene schriftelijke aanvraag inleveren met overlegging van de bij de pakketten behoorende douaneverklaringen en alle mogelijke inlichtingen geven, die de identiteit van de postcolli kunnen staven.

Tot het bekomen van vrijdom genoemd in art. 3 kan de belanghebbende zich ook wenden (op gezegeld papier) tot den Directeur, in wiens directie het kantoor gelegen is en waar de goederen aangebracht zijn.

De gunstige beschikking wordt op een zegel van 50 cent hoofdsom uitgereikt. Bedraagt het invoerrecht echter minder dan f 25,— dan wordt de beschikking ook wel bij wijze van fiat op het adres gesteld.

Bij het adres zijn te overleggen :

1. Een afschrift van de documenten, waarop de uitvoer der goederen heeft plaats gehad, (afschriften op gezegeld papier.) Copieën der vrije aangiften worden verstrekt door den ontvanger, bij wien het duplicaat dier aangiften is ingeleverd.

2. Verklaringen, hetzij van den NederlandschenConsul of agent of van de administratie der in- en uitgaande rechten ter plaatse, van waar de goederen terugkomen, waaruit dit feit blijkt.

3. Bescheiden, waaruit de identiteit der goederen blijkt en tevens dat de goederen terugkomen om de een of andere reden.

4. Het bewijs dat de goederen, die onder sub. b van art. 3 vallen, van erkenden Nederlandschen oorsprong zijn.

Sluiten