Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijs van het vergaan van het schip noodig zij, indien, na verloop van de bij dat art. genoemde termijnen, sedert den dag van het uitzeilen van het scbij» of dien tot welken zich de laatst ontvangene berichten uitstrekken, geene tijding van het schip is aangekomen.

Met wijziging dezer wetsbepaling wordt vastgesteld: le. In de plaats der bij art. 667 bepaalde termijnen treden de navolgende:

Negen maanden ten aanzien van reizen uit dit koninkrijk naar de havens en kusten beoosten de Kaap de Goede IIoop, en bewesten Kaap Hoorn en omgekeerd.

Zes maanden ten aanzien van reizen uit dit koninkrijk naar andere gedeelten der aarde en omgekeerd.

Bij reizen van en naar havens, beide gelegen buiten dit koninkrijk, wordt de termijn berekend, naar gelang van den afstand dier havens, welke met de hiervoren bepaalde het naast overeenkomt.

Ten opzichte van stoombooten worden de bovengenoemde termijnen als volgt gereduceerd : die A-an negen maanden op zes maanden; die van zes maanden op vier maanden.

2e. Ter bepaling van den toepasselijken termijn zal als aanvangspunt der reis worden aangemerkt de plaats van waar het laatste zekere bericht is ontvangen, onverschillig of dit de aanvankelijke plaats van vertrek of eene op de reis aangedane tusschenplaats is, of wel de plaats waar het schip het laatst gezien is.

Clausule voor verzekeringen vrij van Molest.

Op Goederen en Vracht penningen.

Vrij van Molest, zullende onze risico voor het gewone gevaar doorloopen:

in geval van opbrenging, totdat het schip, ter plaatse alwaar het opgebracht is, het anker heeft laten vallen;

in geval van afwijzing, tengevolge van blokkade, waardoor het schip elders arriveert, tot na verloop van vijftien dagen na het arrivement aldaar of zooveel korter

Sluiten