Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oplossing van 200 mG. in 2 cM? ammonia en 5 cM? water moet kleurloos en helder zijn; na toevoeging van 5 cM? verdund zoutzuur mag zij niet troebel worden.

Wordt bij de oplossing van 200 mG. Arsenigzuur in 2 cM? natronloog gevoegd 3 cM? verdund zoutzuur, 25 cM? water, 1 G. natriumhydrocarbonaat en eenige druppels stijfseloplossing, dan moet deze vloeistof 40,0 — 40,4 cM? 1/10 N. iood ter blauwkleuring vereischen.

Grootste gift per keer 5 mG.

Grootste gift per etmaal 10 mG.

Acidum benzoicum. Benzoëzuur.

C6H5.COOH met empyreumatische bijmengsels, uit kaneelzuurvrije benzoë door sublimatie bereid.

Aanvankelijk kleurlooze, later geel wordende, prismatische of plaatvormige, glanzende, naar benzoë riekende kristallen. Benzoëzuur smelt bij verwarming, sublimeert bij verdere verhitting onder achterlating van een geringe zwarte rest en verbrandt aan de lucht geheel.

Benzoëzuur is in ongeveer 420 deelen water en in 3 deelen spiritus oplosbaar. Bij verwarming lost het in 16 deelen water, onder gedeeltelijke smelting, tot een zwak troebele vloeistof op.

Wordt 150 mG. Benzoëzuur met 20 cM? water en 1 cM? N. alkali geschud en de vloeistof gefiltreerd, dan ontstaat in het filtraat door ferrichloride een geelbruin neerslag.

Wordt 100 mG. Benzoëzuur met 10 cM? water gekookt en, na bekoeling, bij het mengsel 1 cM? verdund zwavelzuur en 1 cM? kaliumpermanganaat(l = 1000) gevoegd, dan moet de roode kleur binnen 1 minuut verdwenen zijn.

Sluiten