Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige zaadhuid vliezig, wit, ook aan het vaatmerk. Geen kiemwit. Kiem van denzelfden vorm als het zaad, met een kort worteltje, dat aan het spitse einde ligt; 2 zuiver ivitte, niet geelachtige, platbolle, omgekeerd-eironde zaadlobben en een kort pluimpje, waaraan een 8-tal jonge blaadjes.

Reuk zacht; smaak zoet en olieachtig.

Bittere amandelen mogen niet onder Zoete Amandelen voorkomen. Gebroken amandelen mogen niet gebruikt worden.

+ Amylum Marantae. Arrowroot.

Het zetmeel uit de wortelstokken van eenige soorten van het geslacht Maranta, voornamelijk M. arundinacea, Linn. Sp. PI. 2, in West- en Oost-Indië gekweekt.

Matig fijn, wit, tot klompjes samenpakkend, reuk- en smaakloos poeder.

Met 50 deelen water gekookt, geeft Arrowroot een doorzichtige stijfsel van eigenaardigen reuk, die de kleur van lakmoespapier niet verandert.

Microscopie. Korrels enkelvoudig, meerendeels groot, de lengte varieerend volgens een scheeve kromme , x = 25,5 ft. Vorm ovaal, dikwijls onregelmatig langwerpig, een weinig afgeplat. Kernvlekje excentrisch (7i — V3),gewo°nlijk aan het dikste einde en kenbaar aan een met lucht gevulde, meestal

-vormige spleet. Lagen flauw. Ten hoogste mag 1/4deel der korrels de spleet niet vertoonen, en korrels met duidelijke lagen mogen niet voorkomen (aardappelzetmeel).

Arrowroot mag, bij 100° gedroogd, niet meer dan 12 pet. aan gewicht verliezen en, na verbranding, niet meer dan 1 pet. asch achterlaten.

Sluiten