Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwarming smelten en water verliezen. Natriumcarbonaat is in 1,7 deelen water oplosbaar, doch in spiritus onoplosbaar.

Natriumcarbonaat kleurt een niet lichtende vlam terstond sterk geel en geeft met water een alkalisch reageerende oplossing, die met zuren kooldioxyde ontwikkelt.

1 G. Natriumcarbonaat moet met 1 G. wijnsteenzuur en 15 cM? water een heldere oplossing geven.

De met zoutzuur zuur gemaakte oplossing in water (1 = 10) moet bij koken helder blijven (silicaten) en mag, ook na met ammonia alkalisch gemaakt te zijn, door zwavelwaterstof niet van uiterlijk veranderen.

De oplossing van 1 G. in 2 cM? verdund salpeterzuur en 100 cM? water moet met baryumnitraat en met zilvernitraat minstens 5 minuten helder blijven; zij mag door ferrichloride niet rood worden (rhodaanvevbindingen).

Wordt de oplossing van 1 G. Natriumcarbonaat in 5 cM'i water gemengd met 20 cM? baryumnitraat, dan mag het mengsel door 3 druppels phenolphthaleïne niet rood worden (inatriunihydroxyde).

Bij verwarming van Natriumcarbonaat mogen geen alkalisch reageerende dampen ontwikkeld worden.

Het gas, ontwikkeld door inwerking van een stukje zink op de oplossing van 1 G. Natriumcarbonaat in 10 cM? verdund zwavelzuur, mag filtreerpapier, bevochtigd met mercurichloride, binnen 15 minuten niet geel kleuren.

5 G. Natriumcarbonaat moet ter neutralisatie niet minder dan 34,5 cM? N. zuur vereischen, hetgeen overeenkomt met een gehalte van minstens 98,6 pet. Na2C0310H20.

Sluiten