Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Cortex Granati. Granaatbast.

De wortel- en stambast van P u n i c a Granatum, Linn. Sp. PI. 472.

Wortelbast: gootvormige, soms vrij platte stukken van zeer verschillenden en onregelmatigen vorm, of pijpen; tot 7 cM. lang, tot 2,5 cM. breed, bast tot 3 mM. dik; hard en bros. Uitwendig oppervlak geelbruin, dikwijls met plaatselijk afschilferende kurklaag, daardoor de grootere stukken ongelijk van oppervlak; na afschrappen der kurklaag lichtbruin, niet groen. Inwendig oppervlak meer geelachtig, dikwijls ook met donkerder gekleurde, overlangsche strepen, ruw door eveneens overlangsche, streepvormige verhevenheden. Dwarse doorsnede bleekgeel, onduidelijk fijn straalsgewijze gestreept. Dwarse breuk bleek bruinachtig-geel, effen, dof, meelachtig.

Bast van stammen en takken: meer pijpen dan gootvormige stukken; tot 15 cM. lang. Uitwendig oppervlak grijsbruin, overlangs gerimpeld; met vele in de lengte gerekte, dikwijls onregelmatig in overlangsche rijen geplaatste, geelbruine lenticellen; gewoonlijk min of meer bezet met korstmossen en zwarte stipjes, de vruchtlichamen van korstmossen of zwammen; door voorzichtig afschrappen der kurklaag komt een geelachtig groene laag te voorschijn. Inwendig oppervlak minder ruw.

Microscopie van het poeder. Kristalsterren van ongeveer 10 middellijn; los of in korte, dunwandige, kleurlooze parenchyincellen, elk 1 ster bevattend, op overlangsche rijen gerangschikt, en deze afwisselend niet rijen van cellen zonder kristalsterren. Zetmeel, als losse korrels of in de parenchymcellen zonder kristallen; korrels meestal enkelvoudig, ongeveer kogelrond of langwerpig, tot 10 [s. in middellijn, kernvlekje en lagen weinig in 't oog vallend; somtijds samengestelde, 2- tot 4-adelpliische korrels. Scleren-

Sluiten