Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chymcellen, lang tot 400, breed tot 200 zeer verschillend en dikwijls onregelmatig van vorm, maar vele eenigszins epoelvormig met spitse uiteinden; zeer dikke wanden met lagen en stippelkanalen; celholte dikwijls gering, behalve deze gi'oote sclerenchymcellen, vooral bij aanwezigheid van wortelbast, ook eenigszins kleinere, meer staafvormige, met afgeknotte uiteinden. Bijna kleurlooze kurkcellen, van boven gezien 5- tot 6-hoekig, met gestippeld wandvlak; van terzijde gezien, binnenwand sterk verdikt: kurkcellen en losgeraakte binnenste verdikkingslagen steeds ook afzonderlijk aanwezig. \\ einige, enkelvoudige kristallen.

Smaak samentrekkend, bitterachtig.

Wordt 250 mG. poeder van Granaatbast een uur gemacereerd met 25 cM? water en twee druppels verdund zoutzuur en de vloeistof gefiltreerd, dan moet het filtraat lichtgeel van kleur zijn, met ferrichloride blauwzwart worden en met de vijfvoudige hoeveelheid kalkwater een oranjerood, troebel mengsel geven, waaruit zicli weldra oranjeroode vlokken afzetten, waarbij de bovenstaande vloeistof kleurloos wordt.

Granaatbast moet minstens 0,25 pet. alkaloïden bevatten.

Het alkaloidegehalte wordt op de volgende wijze bepaald: Schud in een droge Hesch 100 cM? aether met 12 G. Granaatbast, tot poeder (B4U) gebracht; voeg hierbij een mengsel van 6 cM? natronloog en 18 cM5 water; schud krachtig en herhaaldelijk gedurende een half uur, en laat dan 6 uur bezinken; schenk deaetherischealkaloïdeoplossing zooveel mogelijk helder af; schud met 2 G. tragacanthpoeder, en giet 50 cM? der oplossing af; voeg hierbij 5 druppels methyloranje (1 — 1000) en, onder telkens krachtig schudden, zooveel 1/100 N. chloorwaterstofzuur, dat de waterige vloeistof duidelijk en blijvend rood gekleurd is; titreer de overmaat zuur terug met V10ü N. alkali. Het aantal cM? V,00 N. zuur, gebruikt tot binding der alkaloïden, moet minstens 10,2 bedragen. Iedere cM? gebonden V100 N. zuur wijst 1,47 mG. alkaloïden aan.

Sluiten