Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Folia Salviae. Saliebladen.

De bladen van S a 1 v i a o f f i c i n a 1 i s, Linn. Sp. PI. 23.

Enkelvoudig, gesteeld. Steel ongeveer half zoo lang als de schijf, aan de bovenzijde gootvormig. Bladschijf meestal ongeveer 5 cM. lang; langwerpig-lancetvormig of eirond; vedernervig, nerven aan de onderzijde uitpuilend; bladmoes tusschen de aderen naar boven gewelfd; top spits; voet afgerond; rand fi jn gekarteld. Oppervlak aan beide zijden, soms alleen aan de onderzijde, grijsviltig; de haren van de bovenzijde uitsluitend op de gewelfde veldjes van het bladmoes ingeplant, die van de onderzijde vooral op de uitpuilende nerven; klierharen vooral aan de onderzijde als fijne, witte, glinsterende stipjes.

Reuk, vooral als de bladen gekneusd worden, aromatisch; smaak zwak bitter.

Folia Sennae. Sennabladen.

Senebladen.

De blaadjes van het gevederde blad van gekweekte Cassia angustifolia, Vahl, Syrnb. Bot. I. 29, Tinneveïïy Senna genoemd.

Ongesteeld, gemiddeld 2,5 cM. lang; stijf, vlak; lancetvormig; vedernervig; top spits; voet aan de ééne zijde spits, aan de andere een weinig afgerond; rand gaaf. Oppervlak schijnbaar glad, maar, vooral aan de onderzijde, vele korte, aanliggende haartjes, die bij ongeveer 50-malige vergrooting goed zichtbaar zijn; kleur bleekgroen.

Sluiten