Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde zijvlak; zaadnerf in een scherpe gleuf, die navel en vaatmerk verbindt. Oppervlak met een 6-tal grove, dwarse rimpels, donkerbruin of meer roodbruin. Kern met groot perisperm; daarbinnen een veel kleiner endosperm. Kiem klein, met cylindervormig worteltje en plat-kegelvormige zaadlob.

Voor het gebruik moeten de zaden, die alleen gebruikt worden, van de vruchtbekleedselen bevrijd worden.

Microscopie van het poeder. Langwerpige, eenigszins veelhoekige klompen van zetmeelkorrels: de nog samenhangende inhoudsmassa's der parenchymcellen van het perisperm; zetmeelkorrels ten hoogste 4 in middellijn, ongeveer kogelrond; binnen deze klompen dikwijls 2 tot 7 enkelvoudige kristalletjes. Palissade-sclerenchym, cylindervormige cellen met zeer sterk verdikte binnenwanden, zoodat aan de buitenzijde slechts een geringe celholte overblijft; deze cellen meestal van boven of van onderen gezien; wanden geelbruin tot donker roodbruin. Opperhuidcellen, langgerekt, met spitse uiteinden, lichtgeel. Platgedrukt, dunwandig parenchym, dikwijls zonder duidelijke celstructuur. Enkele spiraalvaten der zaadnerf.

Deelen van den vruchtwand mogen in het poeder niet voorkomen; de meest kenmerkende elementen hiervan zijn: dikwandige vezels, gele harsklompen, kleine kristallen in groote parenchymcellen, veel spiraalvaten.

Vruchtwand reuk- en smaakloos; zaden met doordringenden, kamferachtigen, aromatischen reuk en smaak.

Het aschgehalte van het poeder der zaden moet minstens 3 en ten hoogste 8 pet. bedragen.

Sluiten