Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vreemde lichamen gezuiverd en dan, door voorzichtig stampen en wrijven, tot poeder (B10) gebracht worden. Het aschgehalte van dit poeder mag ten hoogste 8 pet. bedragen.

Met behulp van ongebluschte kalk te bewaren.

+ Gallae.

Galnoten.

Uitwassen, door den steek eener galwesp, C y 11 i p s Gallae tinctoriae Ouv., ontstaan op de jonge takken van Quercus lusitanica, Lam. Encyc. I. 719 = Quercus infectoria, Ouv. Voy. Atlas, tt. 14,15.

Bol- of peervormig, soms kort gestaart, meest 2 cM., ten hoogste 2,5 cM. in middellijn, naar boven spitsbultig; zwaar; licht- of donker-olijfgroen of paars; inwendig hard, vast, grijs tot bruin. In het midden een door los weefsel bekleede holte, omgeven door een steencellenlaag. In deze holte vaak de resten van de galwesp of hare larve. Galnoten plegen ten deele doorboord te zijn door de uitgevlogen wesp en hebben dan van onderen een ongeveer 3 mM. wijde, ronde opening, die naar de middenholte leidt.

Of Galnoten een voldoende hoeveelheid looizuur bevatten, wordt op de volgende wijze onderzocht: Breng in elk van twee fieschjes van ongeveer 125 cM? inhoud 100 cM? van een afkooksel van Galnoten (1 = 200); voeg bij den inhoud van cén fleschje 5 G. uitgewasschen en gedroogd huidpoeder; sluit de fieschjes, en laat, onder herhaald schudden, 24 uur staan. Filtreer dan van beide vochten, door plooifilters van gelijke middellijn, 40 cM? af; damp beide Altraten afzonderlijk uit; droog bij 100°, en weeg na bekoeling. Het gewichts-

Sluiten