Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrucht medegroeiend schutblad. Bloemen in alle toestanden van ontwikkeling aanwezig, vrouwelijk, hypogynisch; bloemdek klokvormig zonder zoom, tot halverhoogte het vruchtbeginsel nauw omsluitend, vliezig; stamper met 2 draadvormige stempels. Oppervlak van takken, bladen en schutbladen met vele, korte, aangedrukte haren en minder gemakkelijk waarneembare, kogelronde klieren.

Reuk zwak, verdoovend; smaak zwak bitter.

Wordt poeder van Indische-Hennepkruid met spiritus uitgekookt, de spiritus verdampten de rest bij 100° gedroogd, dan moot minstens 10 pet. extract achterblijven.

+ Herba Cardui benedicti. Gezegende-Distelkruid.

Het opwaarts groeiend gedeelte van Carbenia benedicta, Adans. Fam. II. 116, verzameld bij het begin van den bloei.

Éénjarige, tot 6 dM. hooge plant. Stengel loodrecht, kruidachtig, naar boven tuilvormig vertakt, kantig; oppervlak met lange, witte haren en korte klierharen met kleinen, ronden, witten kop, daardoor kleverig, groen; de ribben rood. Bladstand verspreid; de bovenste bladen dicht bij elkaar, een omhulsel vormend, waarin het hoofdje is weggedoken. Blad tot 3 dM. lang, enkelvoudig, zittend, aan den voet des stengels met 3-zijdigen steel. Bladschijf lancetvormig-vederdeelig met loodrecht uitstaande slippen; de schijf der bovenste bladen art\ ormig en gelobd : top en toppen der slippen spits eindi„tilde in een scherpen borstel; insnijdingen der slippen afgerond; voet afgerond, langs <len stengel afloopend, bij de bovenste bladen geoord, bij de onderste spits, in den bladsteel overgaand: rand grof en onregelmatig getand ; beharing als

Sluiten