Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den stengel. Bloeiwijze: hoofdje, 3 cM. hoog, 2 cM. dik, 1 aan den top van eiken tak. Algemeene bloembodem plat, dicht bezet met borstelvormige, witte schubben. Omwindsel ongeveer kogelrond, uit verscheidene lagen van blaadjes gevormd; omwindselblaadjes groen, de buitenste eirond, korter, met een langen, toegespitsten stekel aan den top, de binnenste langer en smaller met een in rechten hoek naar buiten gebogen, donkerrooden en vederdeeligen stekel; alle stekels zeer dicht spmnewebachtig behaard. Bloemen tot 3 cM. laim-, Straalbloemen 4 tot 6, onzijdig, slechts bestaande uit een bloemkroon, gezeten op een rudimentair vruchtbeginsel; deze bloemkroon buisvormig, met 3 lijnvormige, gele slippen. .Schijf bloemen talrijk, volkomen, epigynisch. Vruchtpluis in 3 kransen: een rand met 10 tanden, 10 lange en 10 korte, witte borstels. Kroon 1-bladig, 5-slippig, buisvormig, eenigszins zijdelings symmetrisch met 1 lange slip, 2 middelmatige en 2 korte slippen, alle naar de as van het hoofdje gebogen; buis wit, slippen geel; klierharen aan buis en slippen. Meeldraden 5, ingeplant op de kroon, saamhelmig: helmknoppen geel met paarsbruine randen; bovendeel der helmknoppen met een lang, plat, sikkelvormig verlengsel; deze verlengsels een gekromde buis vormend. Stamper samengesteld uit 2 vruchtbladen, met 1 langen stijl en 2 korte stempels; vruchtbeginsel geribd, wit, met 1 zaadknop.

Smaak bitter.

+ Herba Centaurii. Duizendguldenkruid.

Het opwaarts groeiend gedeelte van Erytliraea Cen-

tauri um, Pers. Syn. I. 283, verzameld bij het begin van den bloei

Sluiten