Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telbladen lang gesteeld; bladschijf, 2 tot 3 cM. breed, hart- of niervormig, hand- of vedernervig, rand gaaf. Onderste stengelbladen op de wortelbladen gelijkend, maar kleiner en ineer getand. Hoogere bladen zittend of stengelomvattend; bladschijf smal, eirond, grof getand. Alle bladen eenigermate vleezig, sappig, glanzig, met glad oppervlak. Bloeiwijze, tros. Bloemen wit.

Reuk bij het wrijven scherp, mosterdachtig; smaak scherp, bitter en zilt.

+ Herba Lobeliae. Lobeliakruid.

Het opwaarts groeiend gedeelte van Lobelia in flat a, Linn. »Sp. PI. 931, verzameld ten tijde der vruchtzetting, meermalen doorgesneden, gedroogd en in den vorm van een tegel samengeperst.

Stengel tot 6 dM. hoog, kruidachtig, loodrecht, vertakt, kantig, smal gevleugeld, oppervlak spaarzaam behaard langs de vleugels, groen, aan den voet roodpaars. Bladstand verspreid. Bladen enkelvoudig, zittend, de onderste kort gesteeld. Bladschijf tot 6,5 cM. lang, ovaal tot langwerpig, vedernervig; top en voet spits; rand onregelmatig geschulpt, elk uitsteeksel aan de bovenzijde met een klein, wit puntje; oppervlak spaarzaam behaard, vooral aan den rand en op de onderzijde der nerven. Bloeiwijze, tros met lancetvormige, groene schutblaadjes, maar naar de basis verspreide bloemen, daar de schutblaadjes langzamerhand tot stengelbladen overgaan. Bloem ongeveer 1 cM. lang, volkomen, zijdelings symmetrisch, epigynisch. Kelk bijna straalsgewijze symmetrisch, 5-bIadig, blijvend; kelkbladen lijnvormig, even lang als de

Sluiten