Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kroon, eenigszins uitstaand, donkergroen. Kroon 2-lippig, met resupinatio; bovenlip 2-slippig, tot aan den voet der buis ingesneden, de kroon daardoor aan die zijde geopend; slippen lancetvormig; onderlip 3-slippig, slippen langwerpig; kleur lichtpaars, met een gele vlek op de onderlip. Meeldraden 5, saamhelmig; helmdraden lichtpaars, die der 3 achterste meeldraden van boven met elkaar vergroeid; helmknoppen rechtopstaand, zwart-paars. Stamper samengesteld uit 2 vruchtbladen, met 1 stijl en gespleten stempel; vruchtbeginsel opgeblazen, 10-ribbig, later bijna kogelrond, groen, 2-hokkig, met dikke, axillaire zaadlijsten en vele zaadknoppen. Echte doosvrucht met blijvenden kelk, slechts aan den top 2-kleppig-hokverdeelend openspringend. Zaden tot 0,75 mM. lang, langwerpig; oppervlak met een netwerk van donkerbruine lijsten; de mazen overlangs uitgerekt, lichter van kleur en geïriseerd.

Reukeloos; smaak scherp.

+ Herba Maioranae.

Marjolein kruid.

Het opwaarts groeiend gedeelte van Origanum Majorana, Linn. Sp. PI. 590, verzameld tijdens den bloei en ontdaan van de dikkere stengels.

Stengel tot 5 dM. hoog, kruidachtig, het onderste deel soms houtachtig, loodrecht; vooral aan de basis vertakt en verder pluimvormig in de bloeiende toppen; vierkant; oppervlak door witte haren viltig en met vele, gele, kogelronde klierharen. Bladstand kruiswijze. Blad enkelvoudig, gesteeld. Bladschijf tot 3 cM. lang, ovaal of omgekeerd eirond, langs de hoofdnerf min of meer naar boven ge-

Sluiten