Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Myrrha.

M y r r h e.

De gomhars van eenige soorten van liet geslacht Commiphora. Het uit den stam en de takken gevloeid en aan de lucht hard geworden melksap.

Onregelmatige, gele, roodachtige of bruine, inwendig dikwerf hier en daar witachtige stukken, met een bestoven oppervlakte, bros, op de breuk dof wasachtig. Reuk aromatisch ; smaak bitter, blijvend scherp.

Poeder van Myrrhe, met salpeterzuur bevochtigd, moet bij zachte verwarming kersrood worden.

Myrrhe geeft, met water gewreven, een lichtgele emulsie.

Wordt 1 G. poeder van Myrrhe gekookt met 20 cM? spiritus, dan moet het daarin na bekoeling onoplosbare gedeelte, bij 100° gedroogd, minstens 400 en ten hoogste 700 mG. bedragen. De gele, spiritueuze oplossing geeft met de dubbele hoeveelheid water een witte emulsie; het in spiritus onoplosbare gedeelte lost in water nagenoeg geheel op tot een troebel gomslijm.

Het aschgehalte mag ten lioogste 5 pet. bedragen.

+ Naphthalinum.

Naphthaline.

C10H8.

Kleurlooze, doorschijnende, glanzende kristalplaatjes met eigenaardigen en doordringenden reuk, die bij voorzichtige verhitting geheel sublimeeren. Smeltpunt 79,2°-80°. Kookpunt 218°.

Naphthaline is in water onoplosbaar, gemakkelijk oplos-

Sluiten