Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wordt Basisch Bismuthnitraat met de 15-voudige hoeveelheid water gemengd en het mengsel, gedurende 3 uur zonder te schudden, terzijde gezet, dan is het bezinksel samengepakt en moeilijk door schudden te verdeelen.

1 G. Basisch Bismuthnitraat moet in 5 cM? salpeterzuur zonder opbruisen oplossen tot een heldere, kleurlooze vloeistof. Na verdunning met 25 cM? water, mag 5 cM? der aldus verkregen vloeistof niet troebel worden door baryumnitraat, noch door zilvernitraat; wordt 15 cM? gemengd met 6 cM? ammonia en gefiltreerd, dan moet het filtraat kleurloos zijn en mag het na uitdamping en gloeiing van de droogrest geen weegbare rest achterlaten.

Wordt 1 G. Basisch Bismuthnitraat opgelost in 5 cM? salpeterzuur, hieraan toegevoegd 50 cM? water en zooveel natriumcarbonaat, dat de vloeistof nog slechts zwak zuur reageert en een blijvend neerslag ontstaan is, daarna 25 cM? natriumacetaat, vervolgens een kwartier gekookt en gefiltreerd, dan mag het filtraat niet troebel worden door kaliumbichromaat (lood).

Wordt 1 G. Basisch Bismuthnitraat verwarmd met 5 cM? natronloog, dan mag de damp dezer vloeistof rood lakmoespapier niet blauw kleuren.

Het gas, ontwikkeld door inweiking van een stukje zink op een oplossing vau de gloeirest van 500 mG. Basisch Bismuthnitraat in 10 cM? verdund zoutzuur, mag filtreerpapier, bevochtigd met mercurichloride, binnen 15 minuten niet geel kleuren.

Na gloeiing moet Basisch Bismuthnitraat 79 — 81 pet. bismuthoxyde achterlaten.

Sluiten