Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sp. PI. t. 648, verzameld vati gekweekte planten, laat in den herfst of vroeg in de lente.

Wortels ongeveer cylindrisch, meestal ongeveer 2 cM. dik en meer dan 30 cM. lang, aan het boveneinde dikwijls met half-stengeloinvattende bladlitteekens. Oppervlak bleek-geelbruin, tamelijk glad. Inwendig wit, leerachtig-vleezig; breuk glad.

In ongeschonden toestand reukeloos, gekneusd naar mosterdolie riekend; smaak scherp, mosterdachtig.

+ Radix Calumba. Calumbawortel.

De bij wortels van Jateorhiza Columba, Miers, in Hook. Niger Fl. 214, in nota; dwars in schijven gesneden.

Gewoonlijk schijven tot 8 cM. in middellijn, tot 2 cM. dik; licht, hard, bros; ongeveer cirkelrond tot ovaal, de vlakke zijden hol ingedroogd, in het midden dikwijls weer dikker; op beide vlakken dikwijls 3 of 4 gordels, flauw oneffen, vooral in sterkte van kleur onderling verschillend en van de weefselverdeeling onafhankelijk. Buitenoppervlak gerimpeld, groenachtig geelbruin. Op de dwarse doorsneden een dunne kurklaag; schors en secundair phloëem ongeveer 5 mM. dik, met tal van donker gekleurde streepjes, straalsgewijze van het cambium tot dicht bij de kurklaag loopende, verder ongelijkmatig citroengeel; cambium donker; secundair xyleem groot, vooral aan den omtrek vele donkere, radiale strepen als vervolg van die van het secundair phloëem, verder ongelijkmatig citroengeel; merg ontbreekt. Breuk kort, ett'en, dof meelachtig.

Reukeloos; smaak zeer bitter.

Sluiten