Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Radix et Herba Taraxaci recentes. Versche Taraxacumwortel en -kruid.

Taraxacum officinale, [Weber, in] Wigg. Prim. Fl. Holsat. 56, de geheele versche plant, voorzien van bloemknoppen, verzameld in het begin der lente, vóór den bloei.

Overblijvende plant, die uit alle deelen na verwonding een wit melksap ontlast. Penwortel, 2 of meer dM. lang, tot 2 cM. dik; onvertakt of met enkele takken nabij den voet; oppervlak bruin, tamelijk glad, de voet fijn dwars gerimpeld; inwendig vleezig, witachtig, het melksap komt op dwarse doorsnede in concentrische kringen uit den bast te voorschijn, geen merg. Stengelvoet kort, loodrecht, onvertakt, met één wortelrozet, ook niet zelden vertakt met verscheidene wortelrozetten ; duidelijk merg. Uitsluitend wortelbladen. Bladstand verspreid. Blad tot 40 cM. lang, tot 12cM. breed; enkelvoudig, gesteeld, langs den steel zet de schijf zich voort; bladschijf lang, spatelvormig, vederlobbig tot vederdeelig, top spits, hoofdnerf sterk ontwikkeld, rand grof getand, oppervlak glad. Bloeiwijzen, hoofdjes, elk afzonderlijk op een langen, hollen steel, die uit den oksel van een blad ontspringt.

Wortel bitter, doch ook zoetachtig en slijmerig van smaak; bladen eerst zoet, later bitter.

+ Radix Gentianae. Gentiaanwortel.

De wortels en stengelvoeten van Gentiana lutea, Linn. Sp. PI. 227.

Stukken lang 40 cM. en meer, dik tot 4 cM.; in drogen toestand bros, in vochtigen meer taai en buigzaam; ongeveer

Sluiten