Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Radix Sarsaparillae. Sarsapari I lewortel.

Ue bij wortels van één of meer soorten van liet geslacht Smilax uit Midden-Amerika, in den handel als Honduras Sarsaparille bekend.

Lang tot 1 M., dik tot 7,5 mM.; cylindervormig, onvertakt, min of meer golvend gebogen, soms hier en daar met enkele korte wortelvezels; of wel overlangs dooi-gesneden in stukjes van ongeveer 4 cM. lengte; bij het breken stuivend, de meer oppervlakkige lagen bros, de diepere taai. Oppervlak gewoonlijk overlangs gerimpeld, lichter of donkerder bruin of grijsbruin. Dwarse breuk melig en wit, soms min of meer hoornachtig en lichtbruin. Op dwarse doorsnede een zeer dun, bruin buitenlaagje; daarbinnen een schors, dik ongeveer den halven straal des wortels; kernscheede als een scherpe, bruine lijn zichtbaar; het buitenste, houtachtige deel van den centraal cylinder naar binnen toe vol wijde vaten; groot merg.

Bij microscopisch onderzoek van dwarse doorsneden blijkt, dat de kernscheede uit ongeveer kwadratische cellen bestaat, wier wanden aan alle zijden ongeveer gelijkmatig verdikt zijn.

Reukeloos; smaak melig, eenigszins slijmerig, daarna scherp.

Radix Senegae. Senegawortel.

De wortel en stengelvoet van Polygala Senega, Linn. Sp. PI. 704.

Hoofdwortel lang tot 23 cM., dik tot 1 cM.; soms onvertakt, meestal spoedig in 2 of 3 ongeveer even sterke takken verdeeld, gewoonlijk sterk en onregelmatig gekronkeld; in de

Sluiten