Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUDSOPGAVE.

VOORREDE 1.

ALGEMEENE OPMERKINGEN 5. De theologie van Kohlbrügge in haar uitgangspunt en haren grondslag (subjectief of objectief?) 5; in hare innerlijke eenheid bij schijnbare tegenstrijdigheden 8; in haar Gereformeerd karakter 11; verdeeline der stof 12.

DE SCHEPPING DES MENSCHEN EN DE VAL 14. Schepping in Gods beeld 14. Daaruit vloeit voort: naar Zijne gelijkenis 16. De inensch op zichzelven laaggesteld? 17. Verantwoordelijkheid 20. Stok- en bloktheorie, noch bij de Lutheranen, noch bij Kohlbriigge 21. De zonde 24. Grondoorzaak niet: de zinnelijke natuur, maar het verlaten van God 24. Daarmede het bederf der natuur niet geloochend 25. Rom. 5:12 30. Het beeld Gods en het wezen van den mensch 31. Verhouding tot de Roomsche leer 32. Stellingen 33.

DE VLEESCHWORDING DES WOORDS 35. Gevaren, die in dezen te vermijden zijn 35. Is de zonde in Christus gelegd? 36. Hoe droeg Hij „den persoon des zondaars"? 42. Hoe hield Hij Zich vrij van de zonde? 44. Verhouding der „dadelijke" tot de „lijdende" gehoorzaamheid 56. Zijne onbevlekte ontvangenis door het geloof 59. Was Hij onder de erfschuld? 62. Verhouding tot Bula 64. Stellingen 65.

DE HEILIGMAKING 67. Welke gevaren te vermijden zijn 67. Uitgangspunt niet: Weg met de Wet! 68, maar: de Wet moet gedaan worden 69. Daarbij wordt ervaren, dat wij vleeschelijk zijn 73. Verstand, vermogen en wil ontbreekt om Haar te houden 75. Daarom mag men er zich niet van afmaken 78. We hebben het in Christus 79. In Hem is onze oude mensch gekruisigd 79. Dat gaat niet in de toerekening op 86. Deel hebben we er aan door het geloof 87. Eenheid van geloof en werk 87. Wandel in geloof en wandel in dienstbaarheid 89. Nieuwe verhouding tot de Wet (geboden als beloften) 91. Dat alles door den Heiligen

Sluiten