Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband met het leven. Afgetrokken redeneeringen en bespiegelingen zijn haar vreemd. De meest dogmatische stukken, de Brieven aan de Romeinen en aan de Galaten, grijpen in het leven in. Het is de leer zooals zij leeft.

Nu is het leven vol tegenstrijdigheden. Heden wil de mensch losbandig zijn, morgen dwingt hij zich tot een eigengerechtigen, wettischen wandel. Den één moet al wat hij heeft ontnomen worden, omdat hij de genade niet wil erkennen; de ander wil zich gerust stellen in zijn onmacht, in zijn doodsch bestaan, en hem moet met den grootsten ernst voorgehouden worden, dat er leven moet zijn en vrucht des Geestes, dat wij zonder dat alles den Heere niet zien zullen. En wederom, heden moet hij, die niets bij zich ziet dan onvruchtbaarheid, daarmede getroost worden, dat alle heiligen dezelfde ondervinding hebben, — maar morgen heeft hij het noodig te hooren van de machtige werking des Geestes, die hem zeker niet zonder vrucht laat.

Zoo moet heden deze, morgen die zijde der Waarheid worden toegepast. Hoe zal dat geschieden? iNiet alzoo, dat de eene zijde der Waarheid verlamd wordt door de andere, maar zoo, dat zonder restrictie, zonder verzwakking, die Waarheid, waar het juist om te doen is, gepredikt, betuigd, met geweldige slagen in het hart gedreven wordt, zoodat het haast den schijn heeft alsof de andere niet bestond. Zoo is het noodig, opdat men zich niet achter de andere Waarheid verschanse. Zóó doet de Schrift, en daarom schijnt zij soms voor het menschelijk verstand kettersch te zijn, daarom verbergt Rome haar voor het volk, daarom vinden velen allerlei tegenstrijdigheden in haar, en scheiden haar in verschillende stukken, die ze aan verschillende auteurs toeschrijven.

Kohlbrügge handelt in dezen ook als de Schrift. Vandaar de macht zijner prediking, vandaar echter ook, dat hij door velen is misverstaan en verguisd. Vandaar die „onduidelijkheid", die men dikwijls bij hem meent waar te nemen. Wanneer ik, uit vrees voor allerlei gevolgtrekkingen, die er bij het misverstaan der Waarheid zouden kunnen gemaakt worden, de scherpe punten afbreek; wanneer ik uit vrees om toch vooral voor geen ketter gehouden te worden, met allerlei voorbehoud en restricties kom, dan kan ik wellicht een geliefd leeraar wezen en eene groote menigte trekken, mits ik over de noodige gaven beschik• maar de kracht ontbreekt, en ik leer niet als machthebbende! maar als de Farizeërs en Schriftgeleerden (Matth. 7 : 29) Van Lonkhuijzen schrijft (bl. 344, 345) „Van die zijde waarvan

Sluiten