Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermede zijn wij gekomen tol den val en de zonde.

Van Lonkhuijzen schrijft bl. 402: „Alle zonde is het gevolg van „het verliezen van God, van het verlaten van den staat. Dit is „de wortelzonde. Uit het verlies van de oorspronkelijke gerechtigheid, de erfschuld, komt dan ook de erfzonde voort. Daardoor zijn wij ook overgegeven aan de macht des duivels en „wie de zonde doet is een slaaf der zonde. Hoezeer dit ook nog „bij den wedergeborene geldt, toont Paulus' klacht in Rom. 7."

Uitnemend! Hier had Van Lonkhuijzen den sleutel, om de verschillende uitspraken bij Kohlbrügge die hij vond, te verstaan en tot derzelver onderling verband door te dringen. Helaas, hij heeft dien sleutel niet gebruikt, maar zich van het pad laten brengen door het valsche licht, dat door den strijd van Kuyper tegen Böhl ook op deze stof geworpen werd.

Wij blijven er nog even bij stilstaan. Vanwaar komt nu de zonde? Gij zegt: Uit de omgeslagen krachten van het beeld Gods, uit onze verdorven natuur. Goed, maar waarom werken onze krachten, werkt die heerlijke aanleg onzer ziel in eene verkeerde richting? Terecht spreekt gij dan niet daarvan, dat de zonde als iets stoffelijks, als een soort gif van den een op den ander zou overgeërfd worden, maar wijst gij de grondoorzaak aan: Dat wij van God zijn afgevallen, en staan onder de wet der zonde en des doods. En voorts: wat hebben wij „zonde" te noemen? Wij gaan wederom accoord, wanneer ik zeg, dat zulks bepaald wordt door Gods Wet, en dat van die Wet het eerste gebod het hoofdgebod is; dat dus zonde vooral is, alles waarmede wij van God afvallen, van Hem wegblijven en ons nog verder van Hem verwijderen, van de plaats waar wij geweest zijn.

Onze taal heeft het ons al heel duidelijk gemaakt door het woordje „goddeloos". Telkens als wij dat woord indenken, voelen we, hoe het schrikkelijke der zonde daarin bestaat, zonder God te zijn, zich van Hem verwijderd te houden, om Hem niet te geven, Hem te verachten. Is dat nu „den mensch in zijn stand te laten opgaan", waarvan Van Lonkhuijzen Kohlbrügge telkens beschuldigt? Neen, maar wij verklaren en beoordeelen de zonde naar hare grondoorzaak. Omdat de mensch zonder God is, zoo is hij met geheel zijn bestaan en doen verkeerd en „goddeloos".

Deze opvatting der zonde is het, die met alle kracht dient gehandhaafd te worden, tegenover eene andere, die uit Heidensche wijsbegeerte in de Christelijke Kerk is ingekomen en ontzaglijk veel kwaad heeft gedaan, namelijk als zou ze zitten in het lichaam,

Sluiten