Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLEESCHWORDING DES WOORDS.

Tot eeuwigen troost is voor eiken ellendige, die zichzelven als vleesch kent, het geheim der Godzaligheid: God geopenbaard in het vleesch. Dat het Woord, hetwelk God is en blijft, vleesch werd, het is een wonder van genade; wij zien het, maar doorgronden 't niet. Van zoo groot belang achtte Johannes deze Waarheid, dat hij haar tot kenmerk maakte: Elke geest die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is, die is uit God niet.

Voor de allermoeielijkste vraagstukken wordt het denkend verstand hier geplaatst. Hoe kan Een, die God is, mensch zijn? Hoe kan de „Heilige" vleesch worden? Wij kunnen hier slechts benaderen. Hier vooral zal aan de rede, die de diepten Gods wil doorgronden, het zwijgen moeten worden opgelegd. Elke consequentie-trekkerij is hier gevaarlijk, evenals bij het vraagstuk van Gods eeuwige verkiezing.

Toch dient hier gewaarschuwd te worden voor dwalingen, die in dezen mogelijk zijn en de geheele leer der zaligheid zouden ondermijnen. Doet men tekort aan's Heeren waarachtige Goddelijke natuur, dan vervalt de verlossing, die geen schepsel vermocht teweeg te brengen, dan ontneemt men Hem de eer, die Hem toekomt. Doet men tekort aan Zijne ware menschelijke natuur, dan maakt men Zijn middelaarsambt onmogelijk, dan beleedigt men Zijne liefde, die in onze menschelijke natuur nederdaalde.

Wanneer men, ook maar eenigszins, den Heere Jezus toeschrijft eenige, de minste, zondige beweging of neiging, waarvoor Hij, voor Zijn eigen persoon, verantwoordelijk ware, die Hij in Zich had laten opkomen, die een deel zou hebben uitgemaakt van Zijn zieleleven, dan haalt men een streep door Zijne genoegdoening. De Heilige God kan geene gerechtigheid)

Sluiten