Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Hij heeft daarbij beslist vastgehouden, dat bij dat alles geene zondige begeerte of neiging in Hem is geweest of opgekomen.

3. Men kan hem dan ook in dien zin volstrekt niet de meening toeschrijven, als zou de zonde in Christus gelegd zijn maar slechts in dien zin, zooals Petrus zegt, dat Hij onze zonden in Zijn lichaam heeft gedragen.

4. Uit de leer, dat Christus bij Zijne komst in het vleesch ook onder de erfschuld kwam te staan, volgt niet, dat Hij persoonlijk schuldig of zondig is geweest; evenmin wordt daardoor de éenheid van Zijn persoon te niet gedaan, of de verlossing

door Zijn borgtochtelijk lijden ontkend.

5. Uitdrukkingen als „wandelen in den persoon des zondaars" beteekenen bij Kohlbrügge hetzelfde als bij de Hervormers namelijk: de plaats des zondaars innemen.

6. Wanneer de noodzakelijkheid van het geloof van Maria bi] de ontvangenis des Heeren geleerd wordt, dan wordt daardoor geenszins de werking des Geestes voorbijgezien of verkleind.

Sluiten