Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetgeen wij boven aanhaalden bewijst genoegzaam, dat Kohlbrügge die uitdrukking niet voor zijne rekening neemt, maar ze scherp bestrijdt; en dat dus de geheele beschuldiging eene legende is, die eindelijk eens de wereld uit moest.

Hoe staat het nu met Dr. van Lonkhuijzen? Nagenoeg tachtig bladzijden, met ontzaglijk vele aanhalingen, heeft hij aan het stuk der heiligmaking gewijd en komt wederom tot de conclusie, dat er ketterijen zijn, dat echter Kohlbrügge niet consequent is, maar vooral in later tijd die ketterijen weder heeft afgesneden.

Hier vooral echter is de wijze van samenstelling onjuist, komt de leer aangaande de Wet niet tot haar recht, en is het onderling verband niet gevat. Wij trachten de leer juist zoo weder te geven als ze bedoeld is. Dan zullen wij kunnen zeggen, waarover de strijd loopt.

In de inleiding van eene der belangrijkste leerredenen over de heiligmaking zegt Kohlbrügge : „Zij (die niet gelooven) kunnen „het niet lijden, dat zij van de ongerechtigheid in waarheid „afgekomen zijn, zij willen eenen Jezus, welke hen vroom laat „zijn, ofschoon zij gedurig in letterlijke overtreding der geboden „Gods gevonden worden; voor alles wat vleeschelijk gezind is, „is het eene aangename prediking: Gij zijt verlost, gij hebt „vergeving uwer zonden, maar nu moet gij u op de heiligmaking „toeleggen", of ook: „Gij behoeft niet heilig te zijn, gij zijt heilig

„in Christus" Zij echter, die de Waarheid Gods van ganscher

„harte zoeken,... willen eenen Jezus, die hen waarachtig van iedere „ongerechtigheid heeft verlost. Het is er hun om te doen, om „in waarheid een levenden en genadigen God te hebben, en „Dien lief te hebben boven alles en hunne naasten als zich„zelven. Het gaat er bij hen om, dat het recht der Wet in „waarheid bij hen vervuld zij, dat de vrucht des Geestes bij „hen aanwezig zij. En dienovereenkomstig heeft het eerste deel dier preek tot opschrift: „Het ligt in de woorden Gods, en „dientengevolge in het hart en de consciëntie van ieder mensch „uitgedrukt, dat wij in Gods inzettingen moeten wandelen, Zijne „rechten bewaren en daarnaar doen; maar het hoe wordt „ons door vleesch en bloed niet geopenbaard." (IVe Twaalftal, Ezech. 36: 27, bl. 4, 5, 6.)

Waar Kohlbrügge in „de Lehre des Heils" in 't kort de leer over de Wet weergeeft, begint hij: „De Wet is de „zichtbare vertegenwoordiger Gods op aarde. Uit de Wet der

Sluiten