Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt Zij met een zwaar oordeel, waar wij nauwelijks zonde zien. Wie zou, eerlijk gezegd, in de daad van Ananias en Sapphira zooveel kwaad zien? Maar het is de vraag: Hoe staan wij tegenover God, als kinderen of in den geest der dienstbaarheid?

Onder dien geest der dienstbaarheid zag Kohlbrügge de gebroeders de Clercq verkeeren met het oog op het vraagstuk der inenting. Daarom heeft hij zoo scherp aan hen geschreven. (Van Lonkhuijzen bl. 236 v.v.) Het kwam hem in dezen vooral aan op het „hoe" op de gezindheid. (Zie Aanteekening 17.) „Er „zijn geen regels voor te schrijven van doen en laten. Eenen „rechtvaardige uit geloof is alles verstaanbaar; zonder die rechtvaardigheid is alle betrachting van Wet en Gebod zoo strafbaaar „in de beweegredenen waarom men dezelve betracht, als het „niet achten van dezelve strafbaar is." (Opleiding bij 2 Tliess. 3:2, bl. 130.)

„Daarom moeten wij het toch goed verstaan, dat wij van de „Wet vrijgemaakt zijn, opdat wij Gode naar Zijn wil dienen. Aan„brengende voortdurend door Jezus Christus Gode eene offerande „des lofs,.... predikende Zijne gerechtigheid, alléén de Zijne, „roemende Zijne werken, wonderen en daden; hoog prijzende „Zijne genade, Zijne ontferming; Hem aanroepende in Geest „en Waarheid a!s uwen genadigen Vader in den Naam van „Jezus Christus; — alzoo zult gij Hem dienen in liefde, uit een „rein hart, een goed geweten en een onopgesmukt geloof. Daar „gaat het in vrijheid; want waar de Geest des Heeren is, daar „is vrijheid en niet dienstbaarheid; daar is een frisch en altijd „groen opleven en niet afsterven van den ouderdom; daar is „wezen en niet de vorm des wetens en der Waarheid in de „Wet; daar is Geest, niet letter; Christus, niet dood; onze „Heere en niet de duivel. Alles gelukt wel, en het zijn alles enkel „goede werken; want de vrucht des Geestes is er, en wij „wandelen in de werken, die God tevoren bereid heeft, want „aan Geest wandelen wij." (Rom. 7. S. 15 ff. vers 6.)

Er is dan ook nu eene nieuwe verhouding tot de Wet; ze wordt weder zóó opgevat als God Haar bedoeld heeft, als een verin van het genadeverbond (Ile Twaalftal Rom. 6: 15, bl. 7) „o; een verbond van genade en barmhartigheid in zulk eene „gedaante gemaakt, als het op de troostrijkste wijze voor „menschen, die behoefte aan genade hadden, datgene in beeldspraak in het hart kon brengen, wat waarheid in Jezus was... „Toen de Heere Zijne Wet gaf, had Hij het Israël eerst voor-

Sluiten