Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„deksd der Wet meer hangt, ons spiegelen in de heerlijkheid „des Heeren. Waar Hij is, daar is vrijheid, eene vrije beweging „van doen en laten, van rusten en van werkzaam zijn in den „Heere. Zoo worden allen, die kinderen Gods zijn, door Hem „gedreven Waar wij niet weten hoe en wat wij bidden zullen „daar bidt Hij in ons en bidt het ons voor wat naar God is'

„met een gesteun en met verzuchtingen, die onder geen woorden

Geesr'bTl,Z;JnwVII,leuTWaaua''' ",k gel°°f in den Hei,l'gen ' 15,) »Waar,lJk, wij blijven wel in onzen dood liggen

„wij ijven wel dor, geheel onbekwaam tot iets goeds'

„onmachtig, zonder geloof en zonder eenige vrucht, zoo niet

„bij aanvang en voortgang, zoo niet bij voortduring over ons

„uitgegoten wordt de Geest uit de Hoogte, zoo die Geest niet

„over ons vaardig wordt en ons omgordt met Zijne kracht, (bi 19)

„Vanwege Zijn ambt heet Hij de geheele Schrift door de Geest

„der heiligmaking. Hij heiligt bijgevolg de Gemeente Gods

""°°,r'(d.at Hlj' door Ziine ''"woning in haar, haar bekwaam „maak tot de gehoorzaamheid des geloofs, om zich van Hem „te laten besprengen met het bloed Christi - en door deze „Zijne besprenging en toebereiding maakt Hij verder zulke „lieden uit haar, die in alle geboden Gods wandelen, Zijne „rechten houden en daarnaar doen, - en zoo reinigt Hij ze voort„durend van al hare onreinigheid." (t. a. pl. bl. 26) Bij de „voortdurende bekeering, reiniging en vernieuwing, houdt de „Geest Zich verborgen en werkt Hij slechts zóó, dat Hij „Chnstus openbaart in de ziel, zooals Christus ons van God „gegeven is tot wijsheid, tot gerechtigheid, tot heiligmaking en „ ot verlossing. En bij alle bijzondere hartstochten, waarvan „men zoo gaarne zou bevrijd zijn en toch niet bevrijd wordt

'TooaU H- UeeS\,Ste,;dS Z00, d3t H,'j heendr'ift ^t Christus,' „zooals Hij aan het kruis hangt, en zooals onze oude mensch

„in Hem gekruisigd is." (Tabernakel 346.)

„De heiligmaking des Geestes is de vrijmachtige werking, welke „gelegd is in onzes Heeren opstanding uit de dooden, waarmede de „Heilige Geest naar Zijnen wil, dat op onze zielen toepast wat „God ons heeft bereid, ons Christus door geloof inlijvende, en „ons den Heere Jezus, met alles waartoe Hij ons van God „gemaakt is, en wat Hij ons verworven heeft, leert aannemen." (tenige vragen en antwoorden, Vr. 82.)

Hoe is nu de werking van den Geest, of in het algemeen de werking Gods in het hart? Tegenover alle aanmatiging van ns vleesch, om den roem te hebben, dat wij het hebben gedaan,

Sluiten