Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Jezus Christus is geworden tot een levendmakenden Geest Hu'

"Ifohthrfil "■ zoekt", zoo beweert Van Lonkhuijzen,

„Kohlbrugge somtijds ook hier zich meer naar Gereformeerde „wijze uit te drukken, men bemerkt, dat het toch blijft bij een „invloeien als het licht in de materie, het goddelijke in het „stoffelijke, en dat hij bepaald ontkent het meedeelen van

;£n li' Va" 1? inkIevend heilig werk in den mensch» (van Lonkhuijzen bl. 480, noot.)

«,n h,'er reeds °P'daf de alternative onzuiver gesteld

wordt. Er is hier niet alleen instralen of invloeien, maar er is eene persoonlijke werking, die door geen beeld kan wedergaven worden: het aangrijpen van het hart, het ontsteken van het geloof, het wederbaren van den mensch.

Aanstoot neemt Van Lonkhuijzen (bl. 479) daaraan, dat Kohlbrugge op zoovele plaatsen spreekt van „bekleeden" en niet van "'"storten De heiligmaking is, dat God ons bekleedt met Zijne heiligheid. (Ie Twaalftal, Rom. 8:26, bl.6.)God bekleedt

sSnewVan b,nne" e" Va" builen met Zijne heiligheid. (Jona s- 42) Waarom staat er echter bij den Apostel: Zijt met de ootmoedigheid bekleed? (1 Petr. 5: 5) Waarom: „Doet dan aan, als de uitverkorenen Gods, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid" (Col. 3: 12) - waar de grondtaal duiddijk he beeld van kleeden heeft? J

Laat ons trachten het punt in kwestie helder vast te stellen Kohlbrugge leert, dat de Geest overtuigt van zonde, verlagenheid in de ziel wekt, ons levend maakt, ons krachtdadig gint te roepen, des Heeren Jezus woorden in de ziel brengt ons verstand verlicht en den wil liefelijk overbuigt om die woorden voor onszelven te gelooven, dat wij met den Heere een worden. (Vragen tot zelfonderzoek 83.) „De vruchten der „ ekeenng zijn: hartelijke ootmoedigheid voor God, erkenning „dat men niets is, oprechte waardeering van alle geboden Gods'

"Sloof"aan'r0^ ^ ï* geb°de" ge"eigd is> ongehuicheld

"hnVh M ge" e" ontferming in Christus en onge-

"HpU hef °Ve,rgT Va" zicl,zeIven voor het heil des naasten.» (Lehre des Heils, Fr. 310)

„Is er nu eene inklevende heiligheid in de geloovigen? God „ziet geene andere heiligheid aan als de heiligheid Christi „welke aan het geloof zonder werken der Wet tegelijk met Zijne „genoegdoening en gerechtigheid geschonken en toegerekend „wordt (zie Heidelb. Catechismus, Vraag 60); maar dat is ingevend in de oprechten van gemoed, dat de Heilige Geest in

Sluiten