Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar liet noodig is, om alle aanmatiging af te snijden, alsof w.j .ets met het Woord zouden kunnen doen, ook tegenover alle tevreden zijn met eene doode orthodoxie, moet ten ernstigste op de noodzakelijkheid der werking des Geestes gewezen worden; maar moet er nu altijd, wanneer men van het woord spreekt, bij gezegd worden: Ja, eigenlijk richt dat Woord mets uit als de Geest er niet bij komt; eigenlijk heb ik er niets aan, als het niet aan mijn hart geheiligd wordt?

^et. 'S zielverdervend, wanneer men uit misverstand van de Waarheid, dat de werking des Geestes noodzakelijk is, slechts ziende op eigen vroomheid en bevinding en wat men zoo de werking des Geestes noemt, gaat spreken van een „dood Woord" een zwak en machteloos Woord, terwijl er geen enkel prediker mede geeerd is, wanneer men van zijn preeken zegt: nu, ja de Geest kan het een of ander woord er van gebruiken totbeeering, maar op zichzelf zijn die preeken toch zwak, krachteloos, dood! Wat men zelf van zijne eigene leerredenen zoo niet wil gezegd hebben, moet men dat zeggen van het Woord onzes Gods?*)

... Ze^r terecht trekt Kohlbrügge daartegen te velde, juist daarbij aanhalende hetgeen hijzelf heeft ondervonden. „De geheele „wereld komt daartegen op; de leer der vroegere Wederdoopers „dat het Woord dood is, en dat wij alleen dan er wat aan „hebben, als God zulks eerst levendig maakt, deze leer heeft „haast alles met zich voortgesleept; vandaar vooral die groote „woorden dergenen, die opgeblazen zijn, maar wanneer de „kracht gezocht wordt, zoo wordt die niet gevonden. Ik ken de „teleurstelling bij ondervinding, waarbij men voor het Woord „nederzit en daar niets aan heeft, hoe gaarne men ook een „woord van troost daarin zou wenschen te vinden; dan beeldt „men zich in, zelf levendig te zijn, maar dat het Woord dood „is, in plaats van de gevolgtrekking om te keeren en te denken: „Daar ik voor het Woord nederzit en niet getroost word, zoo „ben ik dood, en gelijk een lijk, dat niet inwendig warm zal „worden, al zou men het ook voor het heetste vuur houden. „Daarentegen ken ik ook bij ondervinding, dat God de Heere „nu en dan het hart met zulk eene macht opent, dat men acht „geeft op het Woord, en het geheele Woord er in gaat;

*) Van macht van het woord van Dr. Kuyper werd op diens 70&ten verjaardag veel gesproken <zie „Standaard" 81 October 1907) Zou men dan niet mogen spreken van de macht van Gods Woord '

Sluiten