Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heils, Frage 334, 335: „Wat werkt de prediking der Waarheid ? „Zij maakt een mensch tot een armen zondaar en predikt een „God, rijk aan genade: zij vernedert den mensch het diepst en „verhoogt den Heere het hoogst. Zij werpt alle gerechtigheid „des vleesches overhoop en verkondigt de gerechtigheid Gods; „zij handhaaft de Wet, zooals zij geestelijk moet verstaan zijn, „en houdt Christus, den gekruisigde, voor. — En wat werkt de „Heilige Geest door zoodanige prediking? Een benauwden „geest, een benauwd en verslagen hart, een erkennen van elke „zonde; een waarachtigen honger en dorst naar gerechtigheid, „eene zekerheid van volkomen vergeving der zonde, troost, „vrede en vreugde in God en verzekering van de eeuwige „zaligheid."

Zóó verstaan wij Kohlbrügge, waar hij van de macht en de werking van dat Woord getuigt. „Of het Woord zegt: gij „hebt geene kracht, of: gij hebt kleine kracht, of: ga heen in „deze uwe kracht, dit komt op hetzelfde uit, al is het eerste „tot beschaming, het tweede tot versterking, het derde tot „geheele opbeuring. De macht, de kracht, datgene waartoe het „Woord roept, ligt voor elk, die er waarachtig op uit is, dat „de wille Gods gedaan worde, of die van harte in verslagenheid „en radeloosheid erkent, dat er geen derde is tusschen zich „houden aan het Woord of verloren zijn, in dat Woord „zelve; dat neemt voor elkeen, die op dat Woord henengaat, „eiken tegenstand uit den weg, verslindt zonde, duivel, dood „en hel, en zet in ruimte, in verademing, in rust, in de volle „erfenis van het beloofde, in overwinning, in eeuwig leven en „eeuwige blijdschap, allen die op dat Woord zijn heengegaan; „Ik zeg, die op dat Woord zijn heengegaan en henengaan; „want, dat men die dingen in het leven ondervindt, heeft, „ervaart, belijdt en als met de handen tast, dat zoeken velen „buiten dat Woord, ja houden het schier voor eene ketterij, „zoo men niet stelt, dat het als van buiten af moet komen. Dat „is des duivels vrome kunstgreep en der geesten zwak, om het „Woord niet verder te laten gelden, dan tot uitwendig bewijs „van een leergeraamte of van eene letter, die doodt. (Brieven 275—276.) Wij denken aan het voorgaande Hoofdstuk, alwaar wij zagen, hoe Christus en Zijne genade aan het hart verheerlijkt worden door den Geest, en alzoo de goede werken gedaan worden. Dat geschiedt door het Woord. Het is het zaad^dat in den geloovige blijft. „Dit Woord Gods is levendig en machtig, het „gaat door alles henen, het spreekt in het harte steeds voorop,

Sluiten