Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. A. Kuyper tegen de stelling, dat Christus onder de erfschuld was. In het algemeen kan ik mij aan den indruk niet onttrekken, dat er in die tegenwerpingen te veel scholastiek zit, dat er te veel in het abstracte geredeneerd wordt en allerlei gevolgtrekkingen afgeleid worden, zonder te bedenken, of wij hier niet met dingen te doen hebben, die boven ons kenvermogen gaan. Ik wil slechts even herinneren, wat er op die wijze uit de leer der verkiezing alles zou kunnen afgeleid worden. Maar ook afgezien daarvan gaan die tegenwerpingen niet op.

Nadat geciteerd is het begin der eerste aanhaling op de voorgaande bladzijde (tot aan Hebr. 2 : 17), poneert Dr. Kuyper:

De Schrift en alle Confessie zegt: Neen, niet in alle stukken, en juist niet in dit bepaalde stuk waarop het hier aankomt. In alle stukken, uitgenomen de zonde. Hij was afgescheiden van de zondaren, en was niet met hen onder éénen hoop vermengd.

Wij herinneren vooreerst nog eens daaraan, dat het „uitgenomen de zonde" niet bij Hebr. 2: 17 staat, maar Hebr. 4: 15. Voorts staat er niet: uitgenomen de erfschuld. Over Hebr. 7:26 zie boven bi. 55.

Dr. A. Kuyper: Maar neemt dan nu Böhl's stelling eens aan. Goed! zoo dan aan den Christus de schuld van Adam, evenals aan ons, ook voor zichzelven is toegerekend, dan had Hij die schuld ook, evenals wij. Dan rustte op die schuld, die alsnu Zijn schuld was, ook de toorn Gods. En dan moest Christus ook voor deze Zijne eigene schuld lijden en sterven, en schoot er niets over waardoor deze schuld ons ten zoen kon zijn.

Hier wordt op dat „evenals wij" te sterk gedrukt en niet gelet op het voorbehoud, dat er gemaakt is, namelijk, dat de Christus vrijwillig, van buitenaf, inkomt in het geslacht, waarop de schuld rust. Buitendien hebben wij juist met de Gereformeerde Belijdenis dat zoenoffer te beschouwen als van oneindige waarde, dat potentieel zelfs voor allen voldoende zoude geweest zijn!

2. Indien aan Christus toegerekend is, evenals aan ons, de erfschuld van Adam, en indien het onze verzoening is, dat Hij die erfschuld droeg, dan gaat Zijn verzoening ook alleen over deze erfschuld, en blijft onverzoend alle schuld van onze werkelijke

Sluiten