Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de H. Aloysius van Gonzaga maar twee plaatjes; éen was de beeltenis van den heiligen Aquiner (1): — op zich een schier onbeduidend feit, maar in verband met andere gegevens van Aloysius' leven een symbool van heilige verwantschap tusschen twee engelachtige zielen. Duizenden hebben die gevoelens jegens den maagdelijken wijze gedeeld. Levendig geloof aan de gemeenschap der heiligen heeft hen tot navolging en tot aanroeping bezield van den door God begenadigde, dien zij niet enkel als een lamp op den weg der wetenschap, maar ook als een trouw beschermer van eer en deugd beschouwden. Leo XIII verlangde niets vuriger dan in onze tijdgenooten dien ijver van een vroom voorgeslacht te ontvlammen. Door het Motuproprio van 4 Augustus 1880 verhief de Opperpriester den Heilige, in wien wetenschap en liefde zoo nauw verbonden waren, tot „Patroon der universiteiten, akademiën, lyceums en katholieke scholen."

Dit alles bewoog ons weleer om in onze moedertaal Thomas' leven te verhalen. Wat de voorgeslachten en zijn eigen tijd hem schonken; wat hij op zijne beurt voor zijne tijdgenooten werd; zijn inwendig en zijn bedrijvig leven; zijne deugden en zijne daden poogden wij, naar de meest vertrouwbare bronnen, te beschrijven en als uit te teekenen voor een kring van ernstige, welgezinde lezers. Toen wij na vele jaren eindelijk besloten tot deze nieuwe uitgave, verheugde ons, bij het bewerken daarvan, meer en meer de overtuiging, dat veel duisters kon worden opgehelderd en veel onzekers nader bij de waarheid gebracht; dank zij Denifle, Chatelain en andere geleerden, wier kritische uitgaven van oorkonden of monographieën over Thomas' tijdgenooten en hunne geschriften ons het veelbewogen wetenschappelijk bestaan der XHIe eeuw, en tegelijkertijd St. Thomas' openbaar leven, nauwkeuriger deden kennen en veelzijdiger begrijpen. Den engelachtigen Leeraar zagen wij, als voor onze oogen, zich bewegen en handelen; wij zagen hem in zijn aardsche werkelijkheid, arbeidend om de zending te volbrengen, die God hem, tot voltooiing van het verledene en tot voorbereiding der toekomst, liefderijk had toevertrouwd. Veel minder heeft het onderzoek aangebracht tot kennis van Thomas' innerlijk leven. Dit veld scheen afgemaaid. Toch bleven op den akker enkele

(i) Meschler-Steger, Leven van den H. Aloysius van Gonzaga (1907) bl. 155—157; '68.

Sluiten