Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vielen zijne troepen in Sint-Petrus' erfgoed en woedde hertog Raynald van Spoleto, het werktuig zijner anti-christelijke plannen, in het Westen.

Monte Cassino — om welke redenen is onbekend — opende destijds voor de keizerlijke benden zijne poorten. Hierop keerde Pandulf d'Alagna, de pauselijke legaat, zijne troepen met de Sint-Petrus-sleutelen in hun vaan (1) tegen de abdij [3 Maart, 1229], door de keizerlijken onder Hendrik van Morra verdedigd. Ondanks hun leeuwenmoed deed Pandulf d'Alagna de verdedigers in 't gebergte verstuiven, dwong den abt tot het ontsluiten der kloosterpoorten, schonk Morra en diens soldaten de vrijheid, en snelde met achterlating van bezetting naar nieuwe zegepralen. Eensklaps klonk de mare, dat de Staufer bij Brundisi was geland; niet veel later, dat de keizerlijke Saracenen en Turken oprukten naar de abdij. Te vuur en te zwaard viel dit woest geweld in het geteisterde Terra di Lavoro; alles vlood in doodsangst naar de bergen of zwichtte, tot de vaart door Pandulf d'Alagna voor de muren van Monte Cassino werd gestuit (2). Eene overeenkomst bedaarde voorshands dien storm, en de vrede van San Germano, den lsten September 1230 tusschen den Paus en den Keizer gesloten, bracht de oude kalmte over den bergen haar abdij (3). — Doch Monte Cassino bleef een brandpunt van den strijd en voor de staatkunde van beteekenis.

Graaf Landulf moest dit inzien. Voor den waren toestand van Europa was hij echter nog blind; duizenden beseften kwalijk, dat de godsdienst op den bodem lag van het groote vraagstuk, dat den Paus en den Keizer verdeelde. Monte Cassino was — gelijk wij zagen — ook uit staatkundig oogpunt allerbelangrijkst voor den katholiek-ghibellijn. Eerst later zullen droeve feiten den vollen zin der machtspreuken verhelderen; dan zullen wij de bloedverwanten van den Heilige hunne dwaling ridderlijk zien herroepen; doch in 1230 streelde hen nog het uitzicht dat Thomas eenmaal abt zou zijn, de kloosterschatten

(1) Van hier hun naam: Clavissignati.

(2) Vgl. Tosti, Stora della badia di M. C., t. II, p. 255—273.

(3) Rich. van San Germano, Chron. ad ann 1230. Hij verhaalt: fr. Guala in hora serotina allocutus est ipsum (Fredericum II) et ad verbum illius satisfacere Ecclesiae annuit Imperator, propter quod in signum laetitiae, in Sancto Germano sunt per omnes Ecclesias signa pulsata.

Sluiten