Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inniggeliefden zoon een overmaat van vreugde geweest zijn;zij zag hem weder in den glans zijner kinderlijke onschuld en innemende goedheid, door aangeboren waardigheid, door ernst en ontluikende wijsheid verhoogd: haar dierbaar kind scheen in hooger licht te leven. Thomas' zusters waren toen jonkvrouwen in den eersten bloei der jeugd; zijne broeders, opwassende krijgslieden, verdienden hun riddersporen in de keizerlijke legers. Maar hij vervulde meer dan allen het moederhart met hoop en edele fierheid.

Latere schrijvers hebben aan dit verblijf te Loreto eene bijzonderheid vastgeknoopt, die, zoo geen gewaarmerkt feit, toch zeker eene schoone legende is.

Er heerschte gebrek en ellende in de omstreken van Loreto. Vele landlieden en herders kwamen naar het kasteel, waar milde aalmoezen hun toevloeiden. De jonge graai van Aquino vond het grootst geluk in het lenigen van den nood der armen, doch het bedroefde hem, dat zijn voorraad niet nog grooter was om het lot van meer noodlijdenden te verzachten. Dus zon. hij op nieuwe middelen. Heimelijk sloop hij keuken en spijskamer binnen, alles buit makende, wat onder zijn bereik lag, en snelde dan zegevierend naar zijne armen. Dezen beschouwden den knaap als een engel uit den hemel. Maar graal Landulf vernam dagelijks nieuwe klachten van den keldermeester over het spoorloos verdwijnen van allerlei spijzen. Ongelukkig wordt Thomas bij het wegvluchten met zijn buit eenmaal door zijnen vader verrast. „Wat voert gij weg?" vroeg Landulf streng. Verschrikt door deze ontmoeting laat de Heilige zijn kostelijken buit glippen. Louter rozen regenen aan zijne voeten neder. Toen sprak graaf Landulf: „Nooit stel ik Thomas' liefde nog perken."(l)

Kort was het verblijf te Loreto. God wilde dat deze apostel der wijsheid geheel de wereld zou toebehooren en leidde hem met onzichtbare hand naar het aangewezen levensdoel.

Het is zeker, dat de Heilige in het jaar 1237 zich te Napels bevond (2).

Onder alle middeleeuwsche steden is Napels het paradijs. In den vollen lichtgloed, die van den zuiveren hemel nederstroomt

(1) Vgl. Touron, Vie de S.-Thomas, p. 15; Bareille, idem, p. 20; Vaughan, Th« Life and Labours of S.-Thom., ch. III.

(2) Quétif et Echard, Script. Ord. Praed., 1.1, p. 271; de Rubeis, Diss. II, c. IV.

Sluiten