Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

Gevaren voor de H. Kerk omtrent het jaar 1240. — Frederik II. — De nieuwe kloosterorden, een groote steun voor den Godsdienst. — Toestand der dominikaner orde in het bijzonder. — De Dominikanen te Napels. — De H. Thomas ontvangt het kleed van den H. Dominicus.

Bij het voltooien zijner academische studiën naderde voor den H. Thomas de tijd, om zich een loopbaan te kiezen. Zijne verlangens helden naar het kloosterleven, waar hij den dienst van God, den vrede zijns harten en allernuttigste werkzaamheid hoopte te vinden: zoowel de kerkelijke en maatschappelijke toestanden zijner eeuw als het krachtig geestesleven veler kloosterorden moeten dit grootmoedig besluit hebben aangewakkerd, om het ongestadig beloop der wereldsche beslommeringen met eene volstrekte toewijding aan Gods heiligen dienst te verwisselen.

In de eerste helft der XHIe eeuw waren alle beschaafde staten van Europa den katholieken godsdienst ernstig toegedaan. Toch was het geen vrede voor Christus' Kerk. Van vele zijden dreigden gevaren: uit het Noorden nog onbekeerde, wilde volksstammen; uit het Oosten en uit Spanje het nooit geheel bezworen onweder der Moslim, waarbij de christenrijken zoo dikwerf op hunne grondvesten daverden; in Frankrijk en geheel Zuid-Europa het heimelijk voortwoekeren van dweepzieke ketterijen en het averroïstisch ongeloof; in het hart van Duitschland en Italië de staufensche staatzucht en haar machtigste drijver, Frederik II.

Keizer Frederik II was een schitterend monarch. Zijn beschaafde geest uitte zich ongedwongen in de zes hoofdtalen der middel-

Sluiten