Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwsche wereld (1). Een schrander wetgever, was hij tevens geleerde, schrijver en een beschermer van kunst en wetenschap; met zijn rijk verstand en zijn open zin voor veelzijdig leven scheen hij voor het grootste en edelste geschapen en tot een zegen der volkeren bestemd. Doch zijn hart was ontchristelijkt. Met vier kronen niet tevreden, zocht hij zich Cesar te maken en, naar heidensche zede, Cesar's wil tot wereld wet. Zijn trots ontzag geen heilige rechten; uit eerzucht zette hij de keizerskroon op het spel. Aan zijne neigingen geen strenger toom stellend dan eene oostersch-mohammedaansche zedelijkheidsleer, bezweek zijn betere aanleg voor de zinnelijkheid en de heerschzucht. Zijne zeldzame talenten en schitterende daden schonken hem een overwicht, dat voor Europa somtijds heilzaam, maar in het geheel noodlottig was. De edelmoedigheid, de weldaden en wijze raadgevingen van Innocentius III, den weldoener en schutsheer zijner jeugd, geheel ongedachtig, speelde hij een dubbelzinnige rol tegen den H. Stoel. Het katholiek zedelijkheidsgevoel werd getergd door een Keizer, die, te Lucera een harem en haremwachters onderhoudend, zonder blozen zijn „garciae" en „ancillae" in de voor- of achterhoede zijns legers op palanquin-dragende kemels met zich voerde (2). Na het kerkbanvonnis van 20 Maart 1239 wist de Hohenstaufer van geen breidels meer. Wie zich niet slaafs kromde, wekte den wraaklust van den dwingeland (3).

Rijksgrooten noch kloosterlingen ontkwamen aan zijnen toorn. Allereerst werd Monte Cassino, waar Stefano abt Sinnebald was opgevolgd, aan losgelaten duivels ten prooi; de keizerlijke benden richtten er een allerjammerlijkste vernieling aan (4). In Januari van 1240 drong de Keizer met troepen dieper den kerkelijken Staat binnen; Civita Castellana, Montefiascone, Foligno, Spoleto, Tivoli, Albano, Faenza bezweken voor zijn zegevierende wapenen (5). De vloot van Genua, die de prelaten, ter romeinsche kerkvergadering samengeroepen, overbracht, werd door de keizer-

(1) Duitsch, fransch, italiaansch, latijn, grieksch, arabisch.

(2) Huillard-Bréholles, Frederici II Hist. Diplom. Pref. et Introd. p. CXC—CXCI. Vgl. Luchaire, Innocent III (1904).

(3) Rich. de S. Germano, Chron.; Murat. VII, p. 1041—1042.

(4) Card. de Aragonia, Vitae nonnullorum Pont. Rom: Murat. III, p. 583; Baronius, Ann. Eccl. ad annum 1239.

(5) v. Raumer, Gesch. der Hohenst. B. IV, S. 44 et seqq.

Sluiten