Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

Wenschen van gravin Theodora. — Vlucht en gevangenneming van den H. Thomas. — Zegepraal der zuiverheid. — Keizer Frederik II en de Dominikanen. — De bevrijding.

De tijding van Thomas' vaarwel aan de aardsche goederen ging snel rond. Zijne persoonlijkheid, de zoo verschillende verstandhouding des Keizers tot het huis van Aquino en tot de Predikheerenorde, de nederige, boetvaardige levenswijze der kloosterlingen, de oprechte waardeering dier geloovige tijden voor daden van offervaardigheid, de levendigheid van het napolitaansche volk, alles liep samen om het feit hooge beteekenis en aan het gerucht nog sneller wieken dan gewoonlijk te geven. De Dominikanen verheugde het uitzicht op eene groote versterking hunner studiën (1); anderen vonden hier reden om eene edelmoedige daad van godsdienstige toewijding te bewonderen; maar sommigen, die minder naar de evangelische beginselen dan naar eene wereldsche zienswijze oordeelden, waren verbaasd en vroegen zich af, hoe men aldus den adel zijner afkomst en een roemrijken naam kon begraven. Met tranen en jammerend brachten eenigen de tijding naar Rocca Secca(2).

Gravin Theodora vernam het bericht met de gevoelens eener

(i) Fratres ergo praedicti Ordinis exultaverunt in Domino, tam nobilem juvenem eis esse divinitus destinatum, quem jam sperarent certis indiciis ad magnum scientiae apicem perventurum. De Tocco, II, 8.

(a) . . . . admirati sunt nobiles civitatis, quod tam nobilis juvenis, parentum domum desereret et tam clarum principium, quod prognosticum erat futurae promotionis indicium, sub habitu pauperis Ordinis occultaret etc. De Tocco, 1. c.

Sluiten