Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„mandatum" voor den broederroof bij Aqua-pendente uitgelokt. Frederik II droeg de bedelorde, waarbij Thomas zich had aangesloten, een kwaad hart toe; een afkeer, niet in de persoonlijkheid dier kloosterlingen gegrond, maar in hunne verhouding tot de steeds bandeloozer partij des Staufers; een haat, die dagelijks in het heerschzuchtig hart des Keizers en dus als bij weerslag onder de ghibelijnschgezinde Aquiners dreigde uit te slaan. Het is noodzakelijk over deze verhouding der Predikheerenorde tot den Keizer eenige bijzonderheden te melden.

De Dominikanen waren Guelf noch Ghibelijn, voor zooverre deze beide benamingen uitsluitend staatkundige partijen aanwijzen. Was de Guelf republikein en de Ghibellijn keizersgezind, dan stond de zoon van den H. Dominicus, gelijk ieder katholiek priester en kloosterling, als zoodanig, geheel buiten of boven de partijen en rekende zich aan de voorstanders van beide regeeringsvormen de prediking van het heilig Evangelie schuldig. Aanvankelijk konden er aldus vriendschapsbetrekkingen bestaan tusschen sommige der uitmuntendste leden dezer kloosterorde, Guala en Johan van Wildeshausen b. v., en den Keizer (1). Nog ten jare 1241 zond de Keizer aan de groote ordesvergadering te Parijs een dringend schrijven, dat de paters toch geen partijmannen zijn, noch de eerlijke bedoelingen des Keizers zouden weerstreven (2). Dat hij zelf die vredelievende houding onmogelijk maakte, behoort tot de tegenstrijdigheden, waarin alle dubbelhartige staatkunde vervalt.

Het absolutisme bracht den Keizer tot snoode dwingelandij tegen allen die, voor recht en oude handvesten strijdend, op den bodem van ware vrijheid begeerden te staan; en in de eerste plaats zocht zijn heerschzucht Rome's heiligen schepter te breken. Daardoor werd Frederik II een tyran en halsstarrige kerkvervolger. De leuze zijner vervolging klonk reeds uit zijn manifest van 1227: de Kerk was oudtijds arm. Tot die armoede moest zij worden teruggevoerd, om heiligen te kweeken en mirakelen te werken: de Keizer zelf zou Gods Kerk naar dit

(!) De kroniek van Arezzo: Fuit Guala vir prudens, honestus, curialis, religiosus, optimus praedicator et in utraque curia valdc formosus et potentissimus. — Over Johan van Wildeshausen zie de kroniek van Humb. Rom. — Vgl. Mortier, Hist. des Maitres gén. I, 287—302; 356—372.

(2) Huillard-Bréholles, Friderici II Hist. Diplom., t. V.

Sluiten