Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teit en gezag, waren zij éen door den geest van nederigheid, boetvaardigheid en gebed; in de hoogschatting der hemelsche dingen en de verloochening van zich zeiven; in het zoeken van God alleen.

Zoo togen deze pelgrims langs bergen en dalen en door landstreken, rijk aan afwisselende schoonheid, uit Italië naar het toen zoo gelukkige land, waar de H. Lodewijk regeerde. Zij gingen te voet, want tot in het laatst der XlIIde eeuw gold in hun orde een gestrenge wet, die het reizen op lastdieren of in wagens alleen om volstrekte onmogelijkheid of dringende noodzakelijkheid toeliet (1). Ook als bisschop onderhield Johannes Teutonicus ter liefde Gods dit vroom gebruik (2). Zonder anderen schat dan hun brevier en eenige studieboeken, waarin aanleiding was tot eigen nadenken, trokken de reizigers van dorp tot dorp, van stad tot stad; vermoeid vonden zij des avonds gastvrijheid in een dominikaner klooster langs hunnen weg, of bij de gulle zonen van den H. Franciscus. Ook elders ontbreekt het hun aan vrienden en beschermers niet, maar worden zij hartelijk welkom geheeten in abdij en priesterhuis, in burcht en poorterswoning. Zijn er vrienden noch magen in het land van hunnen doortocht, dan bedelen zij ootmoedig van huis tot huis om een schamel nachtverblijf en het dagelijksch brood; dan smaken zij bij de grootste armoede des te grooter inwendigen vrede. Een gewezen kerkvorst, die vrijwillig zijn achtduizend mark inkomen aan de armen liet (3), en een jeugdige graaf, wien het rijke iMonte Cassino en een deel der vaderlijke macht was bestemd, aan elkanders zijde bedelend om brood — het was sommigen wellicht een ergernis, doch anderen een stichtende les tegen wereldschgezindheid en weelde: maar verguisd of verwelkomd, herdachten deze vrienden Gods, dat er Eén was, wiens maagdelijke Moeder geen plaats voor haren Eeniggeborene vond dan Bethlehem's arme kribbe.

De middeleeuwsche reizen gaven bij mindere snelheid meer gelegenheid tot diep overleg dan de onze; het is derhalve geen ongegrond vermoeden, dat de langdurige, vaak stilzwijgende tocht vooral Thomas' geest deed rijpen. Zulk een voortgezet

(1) Zie b.v. juist het generaal kapittel van Keulen, 1245, bij Reichert, Acta Cap. gen. I, 32.

(2) Op zijne reizen door het bisdom Bosnië en elders bediende hij zich van een ezel voor het dragen zijner boeken, enz. Danzas, o. c. t. III, 391.

(3) Cantimprat. bij Danzas, Temps prim. t. III, 391.

Sluiten