Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

De H. Thomas van Aquino vertrekt van Keulen naar Parijs. — Het klooster „Saint-Jacques". — Ontstaan der parijsche universiteit. — Wat eene universiteit was. — Dominikanen als leeraren aan de universiteit van Parijs. — Studieregeling in Saint-Jacques. — Schriftuurlessen. — Petrus Lombardijs. — Geloof en rede. — Sint-Thomas' zieleleven. — Lotgevallen zijner bloedverwanten. — Priesterwijding.

Daar overleg de rechterhand is van ijver en talent, hielden de vaders van het algemeene kapittel, in 1245 te Keulen vergaderd, eene zeer ernstige gedachtenwisseling over de beste wijze, om de studie tot nog hoogeren bloei en daardoor de dwaling tot inkeer te brengen. Onder vele doeltreffende maatregelen werd ook beslist, dat meester Albertus en frater Thomas van Aquino zich naar Parijs en Europa's hoofduniversiteit zouden begeven.

In Wijnmaand 1245, volgens anderen in de eerste maanden van 124b, (1) verlieten de twee geniale mannen hunne medebroeders te Keulen. Vermoedelijk ging de reis langs de bevallige Moezel en het oude Trier, waar bijna gelijktijdig met dat van Keulen een dominikaner klooster was gesticht. De pelgrims bezaten geen penning; reisden te voet; leefden van aalmoezen. Met boeken beladen muildieren hielden naast de reizigers hun vreedzamen tred. Uit gehoorzaamheid aan hun ordewetten en niet minder uit neiging „lazen en overwogen" (2) de twee

(1) Cantimprat. De apibus, I, 20 § 10. — Echard, Script. Ord. Pr. t. I, p. 166.

(2) Overeenkomstig de oude Constitutiones Ord. Praed. Zie Mortier, Hist. des Maitres généraux, t. I, p. 567—632 : Un couvent dominicain au XlIIe siècle.

Sluiten