Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrooide denkbeelden aangaande goddelijke dingen krachtig zou voorbereiden. Het beroemde werk, de Sententies, van dezen rijkbegaafden geleerde zagen wij reeds in Thomas' handen, toen hij in een familieslot werd gevangen gehouden. Te Parijs vormde dit geschrift van Petrus Lombardus een der hoofdbestanddelen van het theologisch onderwijs.

Petrus Lombardus studeerde aanvankelijk, door een edelen weldoener hiertoe in staat gesteld, aan de hoogeschool van Bologna; vervolgens, bemoedigd en gesteund door den H. Bernardus van Clairvaux, te Rheims; ten laatste te Parijs, waar hij eerst een theologischen leerstoel, daarna (1159) om zijne groote verdiensten den bisschopsstaf verwierf, en ten jare 1164 met roem overladen als een waarachtig christen deze wereld verliet (1). Behalve zijne verklaringen op vele schriftuurboeken en een vijfentwintigtal leerredenen, liet Petrus een uitmuntend hoofdwerk na: Vier Boeken Kernspreuken of Sententiae. Naar dit meesterstuk wordt de schrijver veelal Magister Sententiarum, ook wel alleen Magister, de Meester, genoemd. Bescheiden verklaart de vervaardiger het ontstaan zijner Sententies door het verlangen „om met de arme weduwe des Evangelie's een penningsken in 's Heeren schatkist te storten" (2). Zijn boek bleef menschenleeftijden lang voor Frankrijk, Italië, Duitschland en Spanje klassiek.

Versterkt en aangevuld door meeester Albertus' kommentaren schonken de Sententies aan Thomas alles, wat er tot heden nog aan zijne wetenschappelijke vorming ontbroken had. Petrus Lombardus gaf een zeer volledig overzicht der katholieke geloofsleer, geput uit de heilige kerkvaders, met name uit den heiligen bisschop van Hippo; Albertus lichtte deze toe met zijne wijsgeerige beschouwingen en uitgebreide geleerdheid.

Een overzicht van de Sententies moge aanwijzen, langs welke lijn de lombardische meester den Aquiner is voorgegaan.

„Met veel arbeids en zwoegens hebben wij dit werk samengesteld", — schrijft de Magister in de Voorafspraak zijner Sententies, — „opdat allen niet zouden genoodzaakt zijn bij hunne

(1) Vgl. Protois, Pierre Lombard, chap. II.

(2) Libri Sent. Prol. — Dante zinspeelt hierop in den tienden zang van zijn Paradijs:

Quel Pietro fu che con la poverella Ofiferse a santa chiesa il suo tesoro.

Sluiten