Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg God andere offers en een anderen strijd. Hij leefde nu nog verborgen, en met hem een schaar van jonge kloosterlingen, allen bereid om eenmaal te gaan, waar God hen zou roepen. Naast de herinnering aan Odericus Francigenus en Dionysius van Viterbo verbindt zich hier het herdenken van een derden Italiaan, Ambrosius van Siena, nauwer aan dat van den heiligen Aquiner.

Als twee leliën waren Thomas en Ambrosius in de schaduw van 'sHeeren huis. Beiden uit een roemrijk geslacht gesproten (1), paarden deze twee jongelingen uitstekenden aanleg voor de hoogste wetenschappen, een vast geheugen en een diep verstand aan uitmuntende hoedanigheden van hart en eene bewonderenswaardige neiging tot de hemelsche dingen. Vurig in 't gebed, verstorven van zinnen, beminnaars der armoede, blakend voor de wijsheid, oprecht en eenvoudig van omgang, voor God en de menschen van liefde brandend, waren zij een spiegel van deugden.

Thomas' kinderlijke goedheid deed de schoone legende van het bloemenwonder ontstaan; Ambrosius' hart schiep evenzeer vermaak in het weldoen. Zijn rijke vader veroorloofde hem wekelijks vijf arme pelgrims te huisvesten. Nu zag men eiken zaterdag den jeugdigen weldoener bij zonsondergang aan Siena's stadspoorten op wacht en weldra met zijn vijftal gasten op weg naar het ouderlijk paleis. Daar verrichtte hij hun de voetwassching, diende hen zelf aan den disch, bezorgde hun een behoorlijk nachtverblijf, vergezelde hen den daarop volgenden zondagmorgen ter Mis, onthaalde hen weder op een goeden maaltijd, schonk hun een aalmoes en beval zich bij hun vertrek deemoedig in hunne gebeden aan (2). Dit groote medelijden was ontsprongen aan den voet des Kruises, waarvan niets den jeugdigen heilige kon scheiden. Noch door Napels' aanlokkelijkheden, noch door vervolging, noch door schitterende uitzichten werd Thomas bewogen om zijne volkomen toewijding aan het hoogste Goed te verzaken; Ambrosius kon bij den glans aller

(1) Ambrosius behoorde tot het bekend geslacht der krijgshaftige Sansedoni, vermaard om hun heldenmoed tegen de Halve Maan.

(2) Zie over Ambrosius van Siena het Leven zijner vier leerlingen, fr. Gisbertus, enz.; het afzonderlijk Compendium van Recuperus Aretinus; Boll. t. IX. — Ook Quétif et Echard, Script. Ord. Praed. t. I, p. 401—403. Voor de bovenstaande feiten fr. Gisb. in Vita, c. 11, n. 9.

Sluiten