Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewering, als zou de Aquiner te Leuven het ambt van leeraar in de godgeleerdheid hebben waargenomen (1), schijnt zonder grond, hoewel het niet onmogelijk is, dat de Heilige op zijn tweede reis van Keulen naar Frankrijk (1252), of omstreeks den tijd van het algemeen ordekapittel te Valenciennes, waarbij hij tegenwoordig was, te Leuven enkele godgeleerde of wijsgeerige voordrachten gehouden heeft. Reeds het eerste bezoek in 1248 kan het begin geweest zijn der gevoelens van vertrouwen, die later de verweduwde hertogin Adelheid bewogen, Thomas schriftelijk te raadplegen in zaken van regeerbeleid. Thomas zond toen zijn antwoord als een blijk van dank. En waarlijk, hertog Hendrik en zijne gade waren voor de Predikheeren te Leuven edelmoedige weldoeners. „Het huis van Brabant — zegt Schaepman — had de jonge orde van S. Dominicus lief en heette de Hertogin „totius ordinis Praedicatorum benigna amatrix"; Hendrik de lilde, edel vorst, krachtig regeerder, beleidvol staatsman en sierlijk dichter was voor de zonen van Sint Dominicus een van die edelmoedige helpers, die in geestelijken zin uit den stam van Pudens den Senator, den gastheer van Petrus, gesproten zijn" (2). Vóór 1250 woonden de Dominikanen op het eiland der Dyle, in de nabijheid Van het hertogelijk paleis; na dien tijd bouwde Hendrik III hun een klooster (3) op het tot zijn paleis be-

(1) Nic. Vernul. Acad. Lovan. 1. c. schrijft: Hic (in het leuvensch Dominicanenklooster) magnus ille theologorum princeps D. Thomas Aquinas lectoris officio functus est. Neque ea fama tantum est: fidem facit scriptum quoddam, quod in archivis hujus coenobii asservatur, in quo ita subscriptum est Frater Thomas de Aquino S. Th. Lector. Eum hic olim Evangelium Alberto Magno rem divinam faciente cecinisse, certum est. Ideo et pulpitum, ex quo cecinit, et suggestum ex quo docuit, ad perpetuam memoriam etiamnum servant.« — Thans is noch handschrift, noch lessenaar, noch leerstoel te Leuven.

De H. Thomas heeft zijn kommentaar op Aristoteles' Peri Hermeneias geschreven voor een »praepositus« van Leuven; wie deze was, mocht mij niet blijken.

(2) H. J. A. M. Schaepman St. Thomas van Aquino, bl. 14. — Hendrik III regeerde van 1248 tot 28 Februari 1261.

(3) E. van Even in zijn bovenaangehaald: Louvain dans le passé, zegt: Henri III fit commencer en 1250 sur le terrain de son palais des constructions pour les Dominicains. En 1256 il leur donna son palais avec toutes ses dépendances et y ajouta en 1258 le terrain enfermé entre la Dyle et le bras de cette rivière qu'on appelle 1'Aa, terrain qui formait la partie la plus considérable de 1'ile ducale ou 's Hertogeneiland et qu'on désignait sous le nom d'Ossenens-veld.cc — Vgl. De jonghe, Belgium Dominicanum (1719), 126—137.

Sluiten