Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOEDSTUK.

Strijd te Parijs tegen de scholen van Saint-Jacques. — Aanval op geheel de dominikaner orde. — De bul „Quasi lignum vitae" en Thomas' licentiaat. — Het boek „Over de gevaren der laatste tijden" van Willem van Saint-Amour en het geschrift „Inleiding tot het eeuwig Evangelie" van Gerard van San Donnino. — De pauselijke rechtbank van Anagni. — Pleidooi van den H. Thomas

in tegenwoordigheid van den paus en de kardinalen. —

Schets van dit pleidooi, ons bewaard in het geschrift „Tegen de bestrijders". — Uitspraak van Paus Alexander IV. — Storm op zee. — Terugkeer te Parijs.

De H. Thomas begon zijn onderwijs, als baccalaureus, te midden van geweldige woelingen. Niet vóór Oktober 1257, en na vijf jaren harden kamp, verwierf hij zijn titel van magister in de godgeleerdheid, ofschoon de wet, althans wat de eischen van bekwaamheid betreft, eene veel vroegere bevordering toeliet (1).

De strijd ging toevallig tegen Thomas' persoon, maar wezenlijk tegen zijne orde in het algemeen. Men moet dezen strijd niet beoordeelen naar du Boulay, den bekenden geschiedschrijver der parijsche universiteit, die hartstochtelijke vervalschingen van sommige oudere schrijvers overneemt, en op zijne beurt de voorstelling der feiten en ook den zin der pauselijke bullen verwringt. Nog rijper oordeel wordt bij het lezen van Mattheus Paris (± 1259) vereischt, wiens zedelijke ernst door een harts-

(i) Zie Denifle-Chatelain, Chartul. I, 283—284.

Sluiten