Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worsteling geraakt, die velen op gevangenneming en verwonding en één hunner op den dood te staan kwam. De universiteit, haar recht en privilegiën geschonden achtend, eischte voldoening. Doch de H. Lodewijk was van zijn egyptischen kruistocht nog niet wedergekeerd en Blanca, de fiere rijksregentes, intusschen gestorven. Daarom beriep men zich op 's konings broeder Alphonsus, graaf van Poitiers, en toen deze niet zoo spoedig aan den gestelden eisch gehoor gaf, staakten de professoren, maar de Franciskanen en Dominikanen staakten niet. Vandaar, toen de graaf van Poitiers eerlang de schuldigen had gestraft en de colleges weder waren geopend, nieuwe eischen, dat allen zich aan alle dekreten der magisters zouden onderwerpen en dan in het bijzonder ook aan stakingsdekreten. Nieuwe weigering van de Franciskanen en Dominikanen, gevolgd door dwangmaatregelen van hunne tegenpartij, en gelijk het gaat, wanneer woorden van wrevel en haat onder de menigte worden geworpen, door groote opgewondenheid en ruwheid tegen de kloosterlingen, wanneer zij zich vertoonden in het openbaar. De gardiaan der Franciskanen en de prior van Saint-Jacques beriepen zich nu op den H. Stoel (1). Zoo stonden de zaken in April 1253.

De strijd ontwikkelt zich thans in eene nieuwe gedaante. Onder opperleiding van Willem van Saint-Amour, een der seculiere professoren der godgeleerdheid te Parijs, richtten de tegenstanders een aanval tegen de geheele werkzaamheid der Dominikanen, ook als predikers en biechtvaders. De diepere grond van den twist werd nu zichtbaar.

De aanvallers wonnen veld.

Innocentius IV, die eerst door zijne bullen van 1 Juli en 26 Augustus 1253 de Predikheeren met kracht had gehandhaafd, toonde zich in openbare akten van 4 Juni, 15 Juli en 31 Augustus tegenover hen ongunstig gestemd, en haalde in de bul Etsi animarum van 21 November 1254, een streep door hunne gansche vrijheid van apostolaat. Nochtans liet hij hun parijsche leeraarsstoelen nog onaangetast. Een schotschrift, den 4 Februari 1254 door de parijsche magisters uitgegeven, en de reis van Willem van Saint-Amour naar het pauselijk hof hadden bewerkt, dat het er met de Dominikanen zoo duister uitzag. Toen echter de hoogbejaarde Paus Innocentius IV den 7 December te Napels

(i) Denifle, Chartul. I, 232—252; Bullarium Ord. Praed. I, 276.

Sluiten